Op visite bij... Jef Bakermans Afdrukken
jef-bakermans-mini-webTheaterconcert ‘Karaktervolle Klanken’ op zaterdag 15 november in Bergeijk met Blaasorkest Geldrop en Die Edelweisskapelle uit Bergeijk
Jef Bakermans heeft al sinds de oprichting van Blaasorkest Geldrop in 1966 de muzikale leiding in handen. Dit orkest is zijn lust en zijn leven. Er zijn dagen bij dat hij tot middernacht achter de PC zit om arrangementen te schrijven. Zijn vrouw Cissy, zangeres bij de kapel, begrijpt haar man en deelt het enthousiasme. Na al die jaren is het verrassend om te zien en te horen hoe fel en energiek hij nog steeds is. Zijn ideeën zijn zondermeer vernieuwend en inspirerend van aard. De kapel, die moeiteloos verandert van een Böhmische kapel naar een volwaardige big band, straalt precies datgene uit wat Jef bedoelt. We ‘onderwerpen’ Jef aan een persoonlijk interview. De duur van dit interview overschreed de ‘maximaal toegestane limiet’ van 3 uur, maar ja, het was dan ook erg gezellig in huize Bakermans en als Jef eenmaal op de praatstoel zit...


Geluidsfragment: Jubiläumsgrüsse, gespeeld door Blaasorkest Geldrop    

Wanneer bent u geboren en waar?

“Ik ben geboren op 21 mei 1946 in Geldrop. Mijn moeder was toen al 37. De oorlog was voor mijn ouders een reden om te wachten met kinderen. Mijn enige en oudere broer is van 1944. Die is zeven dagen voor de bevrijding geboren”.   
  Hoe is uw huidige gezinssituatie?
“In 1973 zijn Cissy en ik getrouwd. Op 25 april voor de wet, en 26 mei voor het bed. Zo noemde men dat toen. We hebben één zoon, Marc, en die woont eveneens in Geldrop, samen met zijn Belgische vriendin. We zijn nog geen opa en oma”.
     Hoe was u te typeren in uw jeugd? Wat voor een kind was u?
“Op school kon ik goed leren. Voetballen kon ik niet en haantje de voorste was ik ook niet. Ik was wel bijzonder driftig. Dat ontaardde dus vaak in slaande ruzies op straat. Mijn vader vond dat niet zo’n probleem. Die zei altijd: “Jeffie, meteen erop peren!” Als mij iemand omduwde dan was het dus al raak. Mijn vader heette Adam en je begrijpt het al, die andere jongens riepen dan dat mijn moeder Eva heette. Ik natuurlijk weer kwaad, want ik wilde het voor mijn ouders opnemen en dan sloeg ik er weer flink op los. In die tijd was dat echter niet zo heel bijzonder. Eigenlijk was ik een gewone ‘boerenkinkel’. Dat driftige is nooit helemaal verdwenen geloof ik!”
      Welk beroep had uw vader?
“Mijn vader had een garagebedrijf en verkocht auto’s, Opel. In de begintijd waren het uitsluitend de notaris, pastoor en huisarts die zich een auto konden permitteren, maar door de jaren heen nam dat natuurlijk toe. Eind jaren zestig is het bedrijf verkocht, maar het bestaat nog steeds: Opel Centrum Geldrop. Op zondag gingen we met z’n vieren regelmatig auto rijden. In die tijd was dat nog heel bijzonder”.
     Wanneer kwam u voor het eerst met de muziekwereld in aanraking?
“Mijn vader ging in die tijd wel eens een kaartje leggen in de harmoniezaal. Dat was een vorm van netwerken. De toenmalige voorzitter van de harmonie van Geldrop was Toon van Agt, een oom van de bekende Dries van Agt. Er waren plannen voor een jeugdharmonie en Toon van Agt vroeg mijn vader of dat wellicht iets voor mij was. Ik was toen 8 jaar. Het gevolg van dat gesprek was dat ik mij bij een bepaald iemand moest melden. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een stuk karton in mijn mond geduwd. Daar moest ik op bijten en de conclusie was dat ik geschikt was om trompet te spelen. In die tijd had ik geloof ik nog een melkgebit en ik snapte er niets van, maar blijkbaar was dit dus de voorloper van de ‘Henk Rensink Mondstukaanmeting’. Samen met een aantal andere jongens werd ik op theorieles gestuurd bij Broeder Thomas. Het leuke is dat er nu, in 2008, nog steeds 2 leden van ons orkest zijn die les hebben gehad van Broeder Thomas. Soms vonden we die theorielessen vervelend, want tja, de anderen waren aan het voetballen, en wij moesten leren. Toch heb ik het volgehouden. Na een maand of zes, of misschien wel negen, kreeg ik een instrument. Een oude piston van het merk Mahillon, uit België. Een loeizwaar ding, een legerinstrument. Bij de overhandiging vond er geen enkele uitleg plaats. Helemaal niets. Thuis heb ik het ding uitgepakt en geprobeerd om er geluid uit te krijgen. Dat lukte, maar dat was het dan ook. Kort daarna kreeg ik les. Met zes jongens stonden we in een lokaal. Er werd ons gevraagd om één voor één een toonladder te blazen. Ik wist echter niet hoe dat moest. Het viel mij echter wel op dat die jongens, die voor mij waren, steeds een bepaalde combinatie indrukten op die drie ventielen. Eerst niks indrukken, dan 1-3, dan 1-2, 1, niks, 1-2, 2 en dan weer niks. Slim als ik was hield ik die volgorde vast in mijn geheugen en toen ik als laatste aan de beurt was lukte het mij met pijn en moeite om die toonladder helemaal te blazen. De laatste noot uiteraard met veel moeite, maar het was gelukt. De leraar zei “Goed zo!” en vroeg hoe ik dat geleerd had. Ik keek toen een beetje lacherig, zo van “Ach, zo moeilijk is dat toch niet hè”.
Langzaam maar zeker kreeg ik het idee dat ik misschien wel talent had om trompet te spelen en zo kwam ik elke week een beetje verder. Ik kwam bij de jeugdharmonie o.l.v. van Harry van Gerwen. We speelden o.a. Altijd is Kortjakje ziek. Na anderhalf kreeg ik privéles, voor een gulden per week en weer een half jaar later deed ik als tienjarige mee aan mijn eerste solistenconcours in Kaatsheuvel. Tot op de dag van vandaag ben ik blij dat ik destijds ook gehooroefeningen heb gehad. De leraar drukte een C in op de piano, speelde iets, en dan moest ik zeggen welke noot de laatste noot was. Dat lukte me steeds beter. Ik heb dus een vrij absoluut gehoor en daardoor kan ik alles wat ik hoor heel gemakkelijk opschrijven. Bij het arrangeren is dat een enorm voordeel. Ik denk dat die Tsjechen die oude methode ook nog geleerd hebben, want die spelen bijna alles uit hun hoofd. Als ze weten hoe het klinkt, dan weten ze ook welke noot ze moeten spelen”. 
geldrop-cd-web
    Wat is er daadwerkelijk belangrijk in het leven?
“Je gezondheid, een gezonde levenswijze. In mijn tijd, toen we jong waren, deden we maar wat. We rookten, we dronken wel eens teveel. Dat die dingen misschien slecht waren, daar had niemand het over. Nu leven we in een tijdperk waarin we ons realiseren dat het gemakkelijker is om op een aangename wijze oud te worden met een gezonde leefstijl.
Naast gezondheid vind ik mensenkennis heel erg belangrijk. Je krijgt dat mee van je ouders en je bouwt het zelf op. Daar kun je op heel veel momenten in je leven je voordeel mee doen. Daarnaast: verdraagzaamheid, tolerantie, en praktisch gezien: talenkennis. Dat zijn toch wel belangrijke dingen in het leven.
Ik merk dat er veel discriminatie is. Ook in Nederland. Feitelijk hebben we dit probleem zelf gecreëerd. We hebben die mensen wel naar hier gehaald toen we ze nodig hadden, maar hebben niet de tijd genomen om deze mensen te leren kennen, met ze om te gaan, daadwerkelijk samen te leven in één maatschappij. Dat is achteraf gezien heel jammer”.

jef-bakermans-groot-web2















































    





Hoe denkt u dat de wereld eruit ziet in het jaar 2025?
“Dat jaar hoop ik nog te mogen meemaken. Ik vraag mij af waar wij, als Nederlanders, dan van moeten leven. Onze energievoorziening zal een groot probleem zijn vrees ik. China zal een steeds groter beroep gaan doen op energie. Dat land ontwikkelt zich in hoog tempo. Nu produceren we nog volop in Nederland, maar je ziet dat er steeds meer productie naar het buitenland wordt verlegd, waar de mankracht goedkoper is. In 2025 produceren we misschien nog maar heel weinig, omdat we simpelweg te duur zijn. We gaan wel door in de dienstverlening, in de ICT, maar in China zullen er straks ook veel bollebozen rondlopen. De transportsector van Nederland kreunt, kan het niet meer bol werken. De bloemencultuur met de kassen krijgt enorme klappen. Het enige wat er volgens mij overblijft is samen te vatten als hoogwaardige industrie. Ook zal er veel gerobotiseerd worden. Mensenhanden hebben we straks minder nodig. De energievoorziening zie ik echter als het grootste probleem. Dat beangstigt mij wel eens. Kijk, 2025 zullen we wel halen, maar wat in 2125? Ik heb het idee dat we onze aarde aan het opblazen zijn. Mogen we dat wel? We hebben het geërfd van onze ouders en hebben het nu alleen te leen om door te geven aan onze kinderen. Toch gaat die massale overconsumptie en de hierbij behorende opwarming van de aarde maar door”.
     Waar kunt u zich kwaad om maken?
“Over onrecht en over betutteling. Dat er in dit land zoveel kleine dingen zijn die enorm worden uitvergroot, overdreven. Ook door de media. Nederland maakt zich druk over de vraag of een vis gestresst raakt als ie in een ronde kom zwemt. Daar worden kamervragen over gesteld. Jonge jonge. Dan erger ik mij en vraag ik me af waarom de hoofdzaken niet eens fatsoenlijk behandeld worden”.
     Wat is jullie favoriete vakantieland?
“Wij zijn niet zo heel vaak op vakantie geweest. Vroeger had ik het zo druk met mijn werk dat ik blij was als ik gewoon drie weken thuis kon blijven. Bovendien wordt Cissy snel wagenziek. We zijn in vele landen geweest o.a. naar Italië, de Bloemenrivièra, Rimini en dan via de Brennerpas naar Oostenrijk. Daar ben ik in mijn jonge jaren, als vrijgezel, vaker geweest.
Nu vinden we het heerlijk om thuis te zijn. We hebben een mooie woning, een grote tuin, we wonen aan de rand van een natuurgebied, dus, het is goed zo. Voor ons allebei”.
geldrop-modern-web
     Heeft u nog andere hobby’s dan muziek?
“We hebben twee jachthonden waar we veel plezier aan beleven. In de wintermaanden ben ik bezig met postzegels. Dat lijkt een duffe hobby, maar via internet probeer ik net die ene zegel die ik wil hebben als eerste op de kop te tikken. Dat is een spannende aangelegenheid. De grootste hobby is en blijft toch het blaasorkest en mijn werk voor de Stuurgroep Blaaskapellen. En natuurlijk het arrangeren. Een tijd terug hoorde ik een orkest een prachtige bewerking spelen van twee thema’s: James Bond en Stars Wars. Ik heb toen gevraagd of ik dat arrangement kon krijgen, maar dat lukte niet. Uiteindelijk heb ik het nummer vanaf de CD helemaal zelf uitgeschreven. Veel werk, maar het is gelukt. Natuurlijk! Ik ben er wel een hele week tot twaalf uur ’s nachts mee bezig geweest. Dan zit het helemaal in mijn hoofd en dan wil ik het ook afmaken”.
      Wat zou u anders doen als u nog eens 25 zou zijn?
“Als je iets ouder wordt zijn sociale voorzieningen, een spaarcentje enzovoorts best belangrijk. Je kunt daar beleggingsverzekeringen voor afsluiten. Dat heb ik tot mijn grote spijt, toen ik jonger was, ook gedaan. Daar hou je dus uiteindelijk totaal niets of zeer weinig aan over. Mijn vertrouwen in de financiële wereld is tot ver onder nul gedaald. Ik zou iedereen willen adviseren: zet je spaarcentjes op een normale spaarrekening. Dat klinkt heel simpel, maar het levert uiteindelijk het beste rendement op.
Voor het overige, ach, we hebben niet zoveel te klagen. Ik heb een prachtige carrière gehad en heb een geweldig gezin. Toen ik 25 was zat  ik bij de Geldropse Harmonie, de Philips Harmonie, een Big Band en natuurlijk bij de kapel die toen nog ‘De Geldropse Jagers’ heette. Mijn baas bij Philips zei destijds: “Jef, wat wil jij eigenlijk? Verder gaan in de muziek of carrière maken in het bedrijfsleven?” Dat zette mij aan het denken en toen heb ik toch voor die carrière gekozen en daar heb ik nooit spijt van gehad. Ik werd overgeplaatst naar Apeldoorn waar ik mij verder kon ontwikkelen als manager. Cissy en ik hadden verkering. Ik stopte bij alle verenigingen en samen gingen we naar Apeldoorn. De kapel stelde voor om mij reisgeld te betalen als ik toch erbij zou blijven. Dat heb ik toen ook gedaan. We zouden 6 maanden in Apeldoorn blijven. Toen 12 maanden en in werkelijkheid zijn het 3 jaar geworden. Langzaam maar zeker groeide ik door naar hogere functies bij Philips tot ik de supervisie kreeg over het transport binnen geheel Europa. Een fantastische job, waarvoor ik natuurlijk vaak onderweg was. Op mijn 45e, in 1991, kreeg ik van Jan de Rooy een aanbod om bij zijn transportbedrijf te komen werken. Een kleiner bedrijf, met dus een totaal andere structuur als bij het grote Philips, dat voor alles wat je maar kon bedenken een eigen afdeling had. Ik wilde wel eens een nieuwe uitdaging aangaan en ben toen, na 23 jaar bij Philips, naar Jan de Rooy gegaan en ook dat is me uitstekend bevallen. Bij De Rooy was ik verantwoordelijk voor “Sales & Marketing” en moest ik er o.a.voor zorgen dat enkele honderden vrachtauto’s konden blijven rijden. Met een volle lading ergens naartoe, en ook weer vol terug. Dat was de kunst”.
     Wat zijn noodzakelijke eigenschappen van een goede bestuurder, organisator of manager?
“Je moet goed kunnen luisteren en openstaan voor standpunten van anderen. Zelfs met standpunten waarmee je het zelf niet eens bent, of met tegenslagen, kun je iets doen. Ook die informatie draagt namelijk bij aan het succes van de uiteindelijke uitvoering. Als bestuurslid dien je rekening te houden met de achterban. In de muziekwereld moet je kunnen respecteren dat er mensen zijn die iets simpelweg niet willen. Het is geven en nemen. Vroeger werd in verenigingen alleen kritiek gegeven tijdens vergaderingen, tijdens de rondvraag. Dan kwam alles eruit. Zo lang moet je als bestuur niet wachten. Als voorzitter moet je ook zelf aan de kar trekken. Niet alleen maar beleid uitstippelen, maar ook daadwerkelijk iets doen. Je moet de ideeën in elk geval in de grondverf zetten. En hopen dat het aanslaat en dat je positieve reacties krijgt. Als je als manager of bestuurslid iets gedaan wilt krijgen is het belangrijk dat je je boodschap op een positieve manier brengt. Door de manier van vragen kun je het antwoord beïnvloeden. Positivisme is belangrijk. Voordat je iets vertelt moet je je dus zelf afvragen: “Hoe krijg ik mijn mensen hiervan overtuigd?” Samen de schouders eronder zetten. Als Sales- en Transportmanager moest ik mijn planners stimuleren. Die moesten op hun beurt weer de chauffeurs motiveren. We hadden allemaal een dienende functie. Als jij gespaard hebt voor een nieuwe auto, dan wil je dat die tijdig en zonder beschadigingen bij de garage afgeleverd wordt. De chauffeur moet daar zijn best voor doen. En zo werkt het met alles. We zijn allemaal afhankelijk van elkaar. Bij de Stuurgroep Blaaskapellen hebben we twee keer een Workshop Geluidstechniek voor Blaaskapellen georganiseerd, met veel succes. Dat kwam mede omdat de leider van de workshop zijn verhaal met zeer veel enthousiasme wist te vertellen. Dat is doorslaggevend! Ook hier weer: positivisme. Als er een nieuw lid bij de vereniging komt, dan moet je op de een of andere manier het ijs weten te breken. Contact leggen. Om iets te bereiken met een club moet je zowel top down als bottum up denken. Streven naar het maximale maar stoppen als het maximaal haalbare bereikt is. Anders komt er ruzie. Muzikaal gezien kun je er een gezellige boel van maken en gewoon wat blijven doorstampen, maar je kunt ook net iets langer repeteren en een stapje hoger komen. Dat zijn keuzes. Je kunt de beste solist van je club 7 solo’s laten uitvoeren, maar als de andere muzikanten dat misschien niet zo leuk vinden, dan moet je dat gewoon niet doen. Dan moet je kiezen voor het totale orkest.
De gesprekken aan de bar zijn ook belangrijk. Als ik iets belangrijks hoor schrijf ik het op een bierviltje. Er liggen er dus altijd wel een stuk of drie naast mijn computer. O ja, dit, o ja, dat. Even aan denken. Dit regelen, dat regelen.
Centraal bij dit alles staat een portie mensenkennis. Plus het besef dat je erin moet geloven dat je nooit ergens alleen voor staat. Er is uiteindelijk altijd wel iemand die je helpt. Zo was het bijvoorbeeld bij Philips ook. Men gaf mij grote verantwoordelijkheden, maar als het soms niet lukte, dan kon ik toch rekenen op adviezen en tips van collega’s.
Er is echter altijd maar één dirigent. Dan ben ik weer dat driftig mannetje. We kunnen niet met z’n allen gaan bepalen of die noot nou met een puntje of een streepje gespeeld moet worden. Dat bepaal ik. Soms heb ik er heel eventjes helemaal genoeg van. Bij één repetitie heb ik gezegd: “Bekijk ’t maar” en toen ben ik weggegaan. Natuurlijk zijn ze achter me aangekomen en zij we weer verder gegaan. Ze kennen me ondertussen natuurlijk ook wel”.
Cissy: “Ik kan me nog herinneren van vroeger dat Jef en ik het ergens niet over eens waren. Dat kwam wel eens voor. Allebei boos natuurlijk. Jef bleef maar doorpraten, ik kwam er niet meer tussen, en dan ging ik in de keuken zitten. Ik pakte dan een stuk papier en schreef mijn mening nogmaals op. Die brief stopte ik dan in zijn tas die hij meenam naar zijn werk. De volgende dag ging steevast de telefoon. Dat was Jef natuurlijk. En dan zei hij: “Schat, je hebt gelijk”.
      Wat is de schaduwzijde van het verenigingsleven?
“Een vereniging draait op slechts 4 of 5 mensen. Dat is altijd zo. Misschien moet dat ook, want je kunt de aanhangwagen niet door 22 mensen laten aankoppelen. Er zijn echter grenzen. Het gebeurt wel eens dat ik dus uren en uren met een arrangement bezig ben geweest, partijen uitdeel, en dat dan iemand aan mij vraagt: “Jef, kun je daar een kopie van maken”. Op zo’n moment moet ik even tot tien, tot honderd tellen. Dan wordt het mij even teveel. Ik ga ervan uit dat iedereen zelf een kopie kan maken. Voor mijn part bij Albert Heijn. Zo moeilijk is dat toch niet? Maar blijkbaar is dat ontzettend moeilijk. Dan val ik dus helemaal stil. Uiteindelijk zijn dit soort dingen allemaal futiliteiten en hebben we een geweldige club waar ik enorm trots op ben”.
     Wat beweegt u om, na reeds zoveel jaren actief te zijn, te blijven doorgaan?
“Ik ben eentje van die zestigers zoals er nog een paar in de blaaskapellenwereld rondlopen. Wij kunnen er gewoon niet mee stoppen. Het zit er zo diep in, dat krijg je er niet meer uit.
Rond 1960 maakte ik kennis met de blaaskapellenmuziek. Mijn tante had een café en daar hoorde ik het plaatje “Blaue Augen”, met een baritonsolo in het trio. Ik dacht: “Wat is dat voor een orkest?” Dat bleek Ernst Mosch te zijn. Egerländermuziek. Böhmische muziek. Ik kan me nog de bekende uitspraak van Geert Sprick herinneren die ooit zei: “Ernst Mosch heeft ons de kop dol gemaakt”, en dat was bij mij ook zo. Alles is via Ernst Mosch begonnen. Met hem is het feitelijk gestart. Niemand wilde meer boerenmuziek maken, iedereen wilde Ernst Mosch spelen, met die mooie achtste nootjes enzovoorts. In Den Dungen kwamen de kampioenschappen. De kapellen gingen harder oefenen, perfectioneren. Op de televisie was er NCRV’s Blaastest. Blaasmuziek werd gewaardeerd! Opeens mochten ook vrouwen lid worden van een blaaskapel. Cissy mocht de eerste 10 jaar van het bestaan van de Geldropse Jagers niet bij de ledenvergadering aanwezig zijn.
Ach, de één wil bungee jumpen en de ander staat meer dan 40 jaar voor een blaasorkest. Ik moet iets omhanden hebben om die grijze hersencellen te activeren! Met dit orkest kan ik veel dingen doen. Als ik een arrangement schrijf kan ik het, als dirigent, ook op de pupitre leggen en horen hoe het klinkt. Daar leef ik naartoe. Ik ben er nog steeds gek van. En Cissy van mij!
Ik heb echter wel aangekondigd dat ik op mijn 65e wil stoppen met dirigeren. Dan moet er een nieuwe jonge vent voor het orkest staan die behept is met dit virus. Iemand die misschien ook 9000 i-tunes met blaaskapellenmuziek op zijn computer heeft staan. We moeten niet wachten totdat het ooit te laat is. Daarom zijn we nu bezig met het samenstellen van een profielschets. Iedereen heeft inspraak. Samen erover praten, zodat we samen op zoek kunnen gaan. Als ik 65 ben blijf ik natuurlijk wel lid van de club en hoop ik dat ik op mijn Tenorhoorn nog lang kan blijven doorgaan”.
     Waar hebt u een hekel aan?
“Moppen aan de bar. Dat vind ik toch wel zo armetierig. Dan doe je je best om een feestje te organiseren, je nodigt iedereen uit en wat gaat men dan doen? Een mop vertellen die meestal al zo oud is als de wereld. Dan kun je net zo goed de krant gaan voorlezen.
Ook in het huishouden zijn er dingen waar ik een hekel heb. Ik noem nou eens even brood met zo’n plastic zak erom heen. Dat was vroeger dichtgemaakt met zo’n plakbandje. Zo’n verschrikkelijk groen of rood plakbandje. Welke OEN heeft dat in hemelsnaam uitgevonden?
Gelukkig zie ik het nu niet meer zo vaak, maar vroeger werd ik daar elke keer opnieuw ontzettend kwaad over. Dan probeerde ik die zak open te krijgen, lukte niet, scheurde ik nog harder en dan lag dat hele brood door de keuken”.
     Elke week  opnieuw?
Cissy: “Ja Ruud..., élke week opnieuw..........”.
Jef: “Ook heb ik een hekel aan leedvermaak, aan achterbaks geklets. Als ik dat merk zeg ik er ook iets van. Soms kom ik hard over, maar ja, de waarheid mag gezegd worden.
Ik erger mij ook wel eens als ik mensen hoor zeggen dat ze alleen van Moravische of alleen Böhmische muziek houden. Die stijlen vullen elkaar juist aan, moeten naast elkaar op het podium staan. En dat geldt ook voor big band muziek. De professionele Tsjechische kapellen doen dat ook. Nummers uit musicals, of titels zoals ‘One moment in time’. Met ons blaasorkest hebben we jarenlang als laatste nummer ‘Bis bald auf Wiederseh’n gespeeld’. Nu sluiten we af met ‘’You never walk alone’. Dan gaan de aanstekers omhoog. Zo kan het dus ook”.
     Zijn er nog onvervulde wensen?
“Zoveel. In 2011, als ik 65 ben, afscheid neem als dirigent, en de kapel 45 jaar bestaat, zou ik het geweldig vinden als we een soort afscheids-CD kunnen maken met een DVD erbij. Het is sowieso een wens van mij dat er een DVD verschijnt met Nederlandse blaaskapellen. En dan liefst een DVD waarop bijvoorbeeld 10 of 20 verschillende kapellen te zien en te horen zijn. Als elke kapel dan 200 of 100 DVD’s afneemt is zo’n project ook financieel te behapstukken. Ik hoop dat we met de Stuurgroep Blaaskapellen initiatieven in deze richting kunnen ontwikkelen. Daar moet natuurlijk een goed draaiboek voor gemaakt worden, goede beeldopnames, noem maar op. Daar wil ik mij in elk geval best voor inzetten”.
      Kijkend naar de toekomst van de blaaskapellenmuziek: moet er wel of niet vernieuwing plaatsvinden?
 “Absoluut. Om het antwoord op deze vraag goed te kunnen interpreteren moet je beseffen dat het ritme van de blaasmuziek een zeer geliefd ritme is, zeer goed in het gehoor liggend. Dat is niet het probleem. Het feit dat teveel kapellen dezelfde muziek spelen is wel een factor die ervoor zorgt dat het saai wordt. Als je op een middag 3 kapellen hoort die allemaal dezelfde nummers van Vlado Kumpan willen imiteren, dan vraag ik mij af welk nut dat heeft. In juni 2008 hebben wij in Kleve gespeeld. Daar waren heel veel liefhebbers van Böhmische muziek. Na afloop werden we gecomplimenteerd omdat we zoveel nieuwe, relatief onbekende nummers hadden gespeeld. We hadden slechts drie bekende nummers gespeeld. Mijn advies is dat de kapellen veel meer op zoek moeten gaan naar nieuwe componisten of nummers van bekende componisten, maar die nog niet zo vaak gespeeld zijn. Echt, er is ontzettend veel bladmuziek. Via internet kun je het allemaal achterhalen. Maar ja, daar moet je moeite voor doen. Vanzelf komen die partituren niet op de pupitre; het komt niet uit de lucht vallen. Het klinkt wellicht een beetje cru, maar binnen de Böhmische blaasmuziek is Ernst Mosch verleden tijd. Hij heeft de weg voorbereid, geplaveid, maar nu moeten we weer verder. Iets moderner, 4-stemmige trompetten, 3 trombones in een prachtige harmonieklank, waarom niet? In Duitsland doet men dat meer dan hier. Daar zie je jonge mensen op het podium staan. Een beter bewijs dat deze aanpak goed is, is er niet. Bestaande muziek in een nieuw jasje stoppen. Dat is de boodschap. Dat heeft James Last destijds gedaan, en André Rieu doet dat nu ook. Dat is toch fantastisch! Eerst hadden we Ernst Mosch, daarna Moravanka van Jan Slabak, daarna Gloria en Kumpan, en na dit tijdperk moet er weer een nieuw tijdperk komen. Vernieuwen met respect voor de voorgangers”.
      Jef, op 15 november a.s. neemt jullie blaasorkest deel aan het eerste theaterconcert in de serie Karaktervolle Klanken. Wat is dit precies voor een concertserie en wat kunnen we verwachten?
“De concertserie Karaktervolle Klanken is een initiatief van de Stuurgroep Blaaskapellen regio Zuid. Dit wordt gevormd door Theo van Hamond, Leo van Beuningen, Bert de Proost, Cor Boers, Ruud van Didden en ondergetekende. We zoeken naar mogelijkheden om iets te kunnen betekenen voor de blaaskapellenwereld. Om de vernieuwing vlot te trekken. Eén van de initiatieven die we genomen hebben is om aan de bovenkant van de blaaskapellenwereld een nieuw evenement toe te voegen: een theaterconcert. Daarmee zeggen we niet dat andere evenementen niet goed zijn. Integendeel, die zijn prima, maar daar er zijn er voldoende van. Met dit nieuwe initiatief proberen we een nieuw publiek te bereiken, namelijk het publiek dat in alle rust wil genieten van het beste dat de Nederlandse blaaskapellenwereld te bieden heeft, en dat is best veel. Er zijn zondermeer 10 tot 20 kapellen die theaterconcerten kunnen verzorgen, misschien wel meer.
poster-karaktervolle-klanke
Op 15 november zullen Die Edelweisskapelle uit Bergeijk en Blaasorkest Geldrop het eerste theaterconcert verzorgen. Dat gebeurt in cultureel centrum De Kattendans in Bergeijk. Deze avond start om 20.00u. Beide orkesten zullen een programma brengen van circa 15 nummers. Zowel kapelmeester Bert de Proost van Die Edelweisskapelle als ik zullen een prachtig repertoire samenstellen, waarmee we willen laten zien en horen dat blaaskapellenmuziek topamusement is. Het gaat daarbij niet alleen om de kwaliteit van de muziek, maar ook om de presentatie. Als wij beginnen zitten we niet op het podium, nee, we zullen met een dijk van een mars, of een marsmedley vanuit het niets het podium al spelend betreden. Een opvallende entree dus. Via een beamer zullen we onze muziek voorzien van sfeerbeelden. Het publiek hoort dus niet alleen muziek, maar ziet ook sfeerbeelden. Ook zullen zowel Bert de Proost als ik  in het kort, enkele minuutjes, iets vertellen over een bepaald thema behorend bij de blaaskapellenwereld. Dat is dus allemaal behoorlijk vernieuwend. Wijzelf zullen één nummer van Ernst Mosch spelen en voor het overige zijn het pure verrassingen. Denk bijvoorbeeld aan de Sabeldans, gecomponeerd door Aram Khachaturian (1903-1978, geboren in Tbilisi, Georgië). Naast diverse nieuwe composities brengen we bijvoorbeeld Seventy Six Trombones, met 5 trombonisten. Om te laten zien dat je met een blaasorkest verder kunt gaan dan uitsluitend Böhmische of Moravische muziek zullen we ook iets van James Last brengen, een medley of een los nummer. Na de openingsmars brengen we het nummer ‘Wir grüssen euch mit Böhmische Blasmusik’ geschreven door Holger Mück, de leider van het nieuwe Egerländerorkest ‘Orchester Holger Mück’ uit het voormalige Oost-Duitsland. De bekende ‘Anna Polka’ brengen we ook, met speciale acrobatiek van onze klarinetten. De mensen willen immers ook wat zien. Na afloop van de optredens van Die Edelweisskapelle en Blaasorkest Geldrop zullen we gezamenlijk afscheid nemen en (onder voorbehoud van wijzigingen) nog twee magistrale nummers samen uitvoeren: de Südböhmische Polka en het prachtige, bombastische Böhmischer Traum. Die nummers worden dus door méér dan 45 muzikanten ten gehore gebracht!”

edelweisskapelle-web
Voor méér informatie over Blaasorkest Geldrop en/of het concert Karaktervolle Klanken op zaterdag 15 november 2008 kunt u contact opnemen met Jef en Cissy Bakermans, tel. 040 – 2123555 of 06 – 42981445 of e-mail Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken



foto links:
Die Edelweisskapelle
uit Bergeijk
o.l.v.
Bert de Proost






Informatie via internet: www.blaasorkestgeldrop.nl
Entreekaarten voor concert Karaktervolle Klanken kosten 9 euro per stuk en zijn ook te reserveren rechtstreeks via Cultureel Centrum “De Kattendans” in Bergeijk, via tel. 0497-575620 of via  http://www.kattendans.nl
geldrop-40-jaar-web

 
< Vorige   Volgende >
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

Aanmelden Nieuwsbrief




AdvertisementAdvertisementAdvertisement

Een abonnement op de gedrukte versie van Ruud's Music Magazine / De Muziekvriend  kost € 12,95 per jaar ( 4 nummers ). U kunt zich aanmelden via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Home
internet_banner_wmc
seezo