Op visite bij... Wim Versteegen Afdrukken
wim-versteegen-miniWim Versteegen uit Beringe is één van de nestors van de Nederlandse blaaskapellenwereld. In 1963 was hij al betrokken bij het Internationaal Blaaskapellenfestival Beringe en tot en met 2007 was hij, jaar in, jaar uit, o.a. verantwoordelijk voor de samenstelling van het programma. Beringe werd internationaal bekend. Wie Pinksteren zegt, denkt aan Beringe! Vele kapellen die nu zeer bekend zijn, verzorgden een (allereerste) optreden in Beringe. Denk daarbij aan Túfaranka, Vlado Kumpan, Mistrinanka, Gloria .... noem maar op. Onderaan dit interview staat een bijna compleet lijstje!

Meer nog dan een organisator is Wim iemand die bewees dat je met een professionele instelling bijzonder veel kunt bereiken. In geheel Europa heeft hij muziekvrienden gemaakt, een uitgebreid netwerk opgebouwd en samen met zijn vrouw Paulien reist hij nog steeds regelmatig naar diverse festivals. Wie denkt dat Wim momenteel ‘in ruste’ is, maakt wellicht een vergissing! Ook al is hij de zeventig gepasseerd, de drang om iets te organiseren is er nog altijd. Vernieuwen zit hem in het bloed! Wim ziet kansen en mogelijkheden, loopt meestal voor de troepen uit. Niet iedereen kan hem volgen, maar ja, ligt dat dan aan Wim? Zelden ben ik iemand tegengekomen in de blaaskapellenwereld die zo minutieus en gepassioneerd alle details in de gaten houdt. Een aantal jaren lang ben ik tijdens het festival in Beringe als presentator nauw betrokken geweest bij de organisatie. Blaaskapellenmuziek op het allerhoogste niveau, met een geweldige ambiance. Elk jaar belde Wim mij één dag van tevoren nog even op om zeker te weten dat ik, bij wijze van spreken, nog in leven was. Wim Versteegen: een man om trots op te zijn.

Interview door Ruud van Didden, najaar 2008


Geluidsfragment: 
Geschenk Polka gespeeld door Vlado Kumpan und seine Musikanten

Wanneer bent u geboren en waar?

“Op 25 september 1936 in Beringe, als oudste zoon van een gezin met negen kinderen”.

Hoe is uw gezinssituatie?

“In januari 1964 ben ik getrouwd met Paulien. Onze kinderen Jim en Roel zijn geboren in november 1964 en januari 1970. We hebben twee kleindochters. Onze komkommerkwekerij is in  2000 overgegaan naar Roel. Zelf ben ik nog regelmatig op de kwekerij. En Paulien maakt nog steeds elke dag soep voor de medewerkers”.

Hoe was u te typeren in uw jeugd?

“Terugkijkend denk ik dat ik niet zozeer verlegen was, maar misschien iets te bescheiden, een klein beetje afwachtend. Dat veranderde echter zodra ik aangespoord werd om iets te doen. Vanaf dat moment was ik meestal haantje de voorste. Vooral in taal en rekenen was ik goed. Met hoofdrekenen moest ik het een keer opnemen tegen de zoon van het hoofd van de lagere school. Ik won en dat had tot gevolg dat die andere jongen een pak slaag kreeg! Daar kon ik natuurlijk niets aan doen, maar het schetst wel een beeld van de verhoudingen in die tijd. Het hoofd van de school had aanzien. Een eenvoudig boerengezin had dat absoluut niet.

Vrijwel de hele dorpsbevolking van Beringe was actief in de agrarische sector. Er waren zogezegd hele dikke boeren en, laat ik zeggen, minder dikke boeren. Wij behoorden tot de minder dikke. De rijke boeren regeerden toch wel het dorp. Zij bepaalden wat er gebeurde.

Als oudste zoon van het gezin diende ik het goede voorbeeld te geven aan mijn broers en zussen. Dat werd me min of meer opgedrongen, al is dat woord misschien iets te negatief geformuleerd. Als de oudste in de rij zou lopen, dan zouden de anderen dat ook wel doen, tenminste, dat was het uitgangspunt van mijn ouders. Hierdoor was ik wel niet altijd even gemakkelijk in de omgang. Vanaf een jaar of veertien, vijftien begon ik toch wat weerstand te bieden, opstandig te worden. Ehhh…. misschien is dat laatste nooit helemaal overgegaan, ook niet na de puberteit!”

wim-versteegen-web






















































Wanneer kwam u voor het eerst in contact met de muziekwereld?

“Dat was op de lagere school. De fanfare van Beringe werd geleid door het hoofd van de school, de dirigent, die tevens koster was en meneer pastoor. Die drie bepaalden of je wel of niet lid kon worden. Het was absoluut niet zo dat elk kind gevraagd werd, want zo ging dat nog in die tijd. Je werd gevraagd. En wie er gevraagd werd had vaak weer te maken met die ‘dikke’ en ‘minder dikke’ boeren. Na de oorlog ben ik eerst lid geweest van het jongenskoor en heb ik behoorlijk wat missen gezongen. Zelfs solo, want in die tijd had ik nog een aardige stem. Als jonge jongen wilde ik ook wel bij de voetbalclub, maar dat vond mijn vader niet goed. Hij was bang dat ik geblesseerd zou raken en daardoor thuis niet meer zou kunnen meehelpen. Op 9-jarige leeftijd ben ik toen bij de fanfare begonnen, op corhoorn. Later is dat bugle geworden, en uiteindelijk dikke trom. In 2008 waren er 2 jonge leden die bijzonder fanatiek ‘aan de slag’ en toen dacht ik bij mezelf dat het wellicht beter zou zijn om plaats te maken voor die jonge generatie. Ik ga nog wel luisteren tijdens de repetitie en geef af en toe aanwijzingen.

In die jaren, de jaren vijftig en zestig was de mentaliteit anders dan nu. Toen Paulien en ik begonnen met ons bedrijf werd er gewoon zes dagen in de week gewerkt, misschien zelfs wel zeven. De repetitie van de fanfare was op zaterdag, dus kon ik niet altijd aanwezig zijn. Er moest simpelweg keihard gewerkt worden, en alles ging nog met de hand, mankracht. Het hoofd van de school, die voorzitter van de fanfare was, heeft toen een keer tegen mij gezegd: “Wim, als ik jou een dag kom helpen in je bedrijf, kun je dan wel op zaterdag naar de repetitie komen?” En dat heeft hij ook gedaan.

Bestuurder zijn bij een vereniging was toen nog een hele eer. Met een hoge hoed en een slipjas. En de leden waren ook trots erbij te zijn. Elk gezin had acht tot tien kinderen. Als je dan bij de fanfare mocht, die ongeveer 30 tot 40 leden telde, nou, dat was wel wat in die tijd”.

U bent altijd in Beringe blijven wonen?

“Jawel. We hebben een tijd in het tegenwoordige Grashoek gewoond, maar dat hoorde toen nog bij Beringe. Pas toen de postcodes werden ingevoerd veranderde dat. Dat moet in 1970 zijn geweest, toen onze Roel is geboren. Ik wilde zijn geboorte namelijk aangeven bij de pastoor in Beringe, maar die zei toen dat ik in Grashoek moest zijn, want volgens de postcode viel ons huis onder Grashoek, met dus een andere pastoor. Ik was daar een beetje boos en verbaasd over en zei toen: “Nou, dan geef ik hem niet aan”. Toen ik echter wegliep over het tuinpad werd ik teruggeroepen en mocht ik toch binnenkomen. Daarmee was de zaak echter niet opgelost. We hebben toen een brief aan de bisschop van Roermond moeten schrijven, aan monsigneur Lemmen dacht ik, om goedkeuring te vragen voor het doopsel in Beringe. Dat is overigens gelukt”.

Wat is er daadwerkelijk belangrijk in het leven?

“Gelukkig zijn en jezelf afvragen of je anderen kunt helpen. Het is volgens mij belangrijk om iets over te hebben voor andere mensen. Als je dat namelijk doet, dan krijg je het geluk vanzelf. Het is ook daarom dat ik zondermeer kan zeggen dat ik een gelukkig mens ben.

Binnen de gezinssituatie is dat misschien niet altijd zo geweest. Ik ben altijd namelijk veel weg geweest, vooral ’s avonds, en anderen, dus niet Paulien, hebben mij dat, soms zonder het uit te spreken, wel eens verweten denk ik. De ene keer was ik in de weer voor de fanfare, dan weer de blaaskapel, dan weer het festival, de carnavalsvereniging, een stichting, een landbouworganisatie, noem maar op. Vrijwel elke avond was er wel iets. En in het weekend elke zaterdag en zondag een optreden. Ja, ik ben veel weg geweest en dan stond Paulien er alleen voor…..”

U zoekt naar een bepaalde rechtvaardiging. Een bepaalde vorm van spijt of toch niet?

“Spijt ja en nee. Sommige situaties brengen het een en ander met zich mee. Ik ben veel weg geweest, maar het was nodig. Ik heb dingen goed willen doen, heel goed, en dat is ook gelukt. Het grootste nadeel van dingen goed doen is dat mensen jou daarna weten te vinden. Je wordt steeds vaker benaderd om bijvoorbeeld als bestuurslid. En dat kost dan steeds meer tijd. De verenigingen hebben daar wel bij gevaren en ook onze komkommerkwekerij is steeds blijven groeien. De keerzijde was minder tijd voor het gezin, dat kan ik niet ontkennen”.

Toch denk ik niet dat, zover als ik Paulien ken, zij daar niet mee instemde. Als Paulien het ergens niet mee eens is, dan zegt zij dat toch duidelijk, of niet soms?

“Zondermeer. Zij heeft mij altijd gesteund, en als zij het idee had dat het echt teveel werd, dan wist zij mij dat ook wel duidelijk te maken. Enerzijds is het zo dat mijn gezin mijn afwezigheid heeft moeten accepteren, maar anderzijds hebben ze het ook daadwerkelijk geaccepteerd. Ik dwong het niet af, het gebeurde.

Een keertje heb ik het echt te bont gemaakt. Dat was in 1964. Paulien was hoogzwanger en ik was naar een vergadering van de veiling. Die liep behoorlijk uit en van het een kwam het ander. Gezelligheid kent geen tijd. Op een bepaald moment was het al na vieren voordat ik huiswaarts keerde. Ik had toen al in de gaten dat ik behoorlijk over de schreef was gegaan en realiseerde mij dat ik niet zomaar naar huis kon gaan. Ik heb toen midden in de nacht nog een bos rozen gehaald en zo ben ik thuis voorzichtig naar binnen gelopen. Paulien was echter nog klaarwakker en was furieus. Die rozen heeft ze toen ook niet meer in een vaas gezet, daarvoor was ze te boos.

Zij had zich de hele nacht zorgen gemaakt en was bang dat ik een ongeluk had gehad en ergens in de berm lag. Ik had immers ook niet gebeld. Maar…. we zijn nog steeds bij elkaar hebben het goed. We zitten bijvoorbeeld, natuurlijk vooral in de zomer, bijna elke avond op dit terras met uitzicht op een schitterende tuin, zijn redelijk gezond en kunnen eigenlijk alles doen wat we willen. Ik ben nu meer thuis en doe nu ook dingen in de huishouding”.

Hoe denkt u dat de wereld eruit ziet in het jaar 2025?

“Allereerst hoop ik dat jaar nog mee te mogen maken. Dan ben ik 88, 89. Het zou moeten kunnen. Hoe ’t er dan uitziet…… Mijn ouders zeiden al: “Zo kan het niet doorgaan”, maar inmiddels weten we dat het wel is blijven doorgaan. En ik ben ervan overtuigd dat dat in 2025 ook nog zo zal zijn. Alles draait verder. Iets anders, maar het draait verder. Een voorbeeld: nu de energieprijzen in 2008 zo enorm hoog zijn, worden er in de tuinbouw enorme verliezen gemaakt. Als dat aanhoudt zullen heel veel bedrijven verdwijnen. Wijzelf zijn nu aan het bestuderen of we moeten stoppen met aardgas en moeten overgaan naar een andere vorm van energievoorziening. In 2025 denk ik dat alle tuinbouwbedrijven op zonne-energie draaien en dat zij geen energiegebruiker meer zijn, maar zelfs energieleverancier! Dat gebeurt, maar alleen bij die bedrijven die nu al de juiste keuzes durven te maken. Dat is niet gemakkelijk.

Elk tijdperk heeft zijn charme. Midden jaren zestig hadden Paulien en ik niet veel te besteden. We waren arm, maar tegelijkertijd was het misschien wel de meest gelukkige periode die we hebben meegemaakt. De armoede was zo groot dat we alles heel intensief met elkaar moesten doorspreken. Met 14 euro in de week moesten we rond zien te komen. Paulien was zo creatief dat het altijd lukte. Omdat we in een agrarisch gebied woonden was het niet zo heel moeilijk om aan ingrediënten voor een maaltijd te komen, maar ze bedacht ook elke keer iets anders. En altijd even lekker. Materialistisch denken kon niet, want je had gewoon niets. Zo simpel was dat.

Nu is het misschien wel zo dat de wereld zo snel draait dat er méér mensen zijn die het simpelweg niet meer kunnen begrijpen of volgen. Aan de andere kant is er meer opleiding, dus wellicht dat de voortgaande algemene ontwikkeling een en ander ook wel weer gemakkelijker maakt. Kortom, ik denk dat alles toch wel doorgaat”.

Waar kunt u zich kwaad om maken?

“Ik kan mij gruwelijk ergeren aan mensen die niet eerlijk zijn. Toch moet ik constateren dat die mensen er wel zijn. Ik heb mezelf min of meer verplicht om me daar niet meer zo snel kwaad over te maken. Dat moet ik wel, want anders voel ik constant een bepaalde stress. Na het blaaskapellenfestival van 2007 is binnen onze vereniging het een en ander gebeurd. Dit heeft ertoe geleid dat ik sindsdien niet meer betrokken ben bij het festival. Dat is onwezenlijk, want vanaf het eerste begin, in 1963, was het een jaarlijks terugkerend onderdeel van ons leven. Dit heeft een zeer diepe impact op Paulien en mij gehad. We waren er kapot van. Tot op de dag van vandaag zijn er onbeantwoorde vragen en overheerst helaas het stilzwijgen. De pijn blijft, maar het wordt elke dag iets minder”.

Wat is uw favoriete vakantieland?

“Zwitserland. Zoals je weet komt de plaats Beringe meerdere keren voor in Europa. Om de zoveel jaren is er een treffen waarbij inwoners uit deze plaatsen bij elkaar komen. Eind jaren zestig kregen Paulien en ik de vraag of wij onderdak konden verzorgen voor Zwitserse gasten. Eigenlijk kon dat niet, want we waren zeer klein behuisd. We hebben echter toch ‘ja’ gezegd. Paulien en ik zijn toen in de woonkamer op de grond gaan slapen en de gasten hebben in onze slaapkamer geslapen. Dat was het begin van een vriendschap die nog steeds voortduurt. Eenmaal in de 2 of 3 jaar bezoeken we elkaar. Zij hebben net als ons twee zonen. Die man, directeur van een elektriciteitsmaatschappij, speelde trompet. Dat schiep natuurlijk een band. Zijn vrouw filosofeert graag over het leven, net als ik. Het is een vroom, evangelisch gezin waarbij God centraal staat. Zij hebben een groot huis, een fantastisch leven, noem maar op. Maar ooit was die vrouw ook straatarm en moest zij zelfs haar eten uit afvalbakken halen. Opvallend is dat ook zij die periode, die armoedige periode, als een gelukkige periode omschrijft”.

Is het doormaken van een periode waarin het minder goed gaat misschien wel noodzakelijk om daarna, in bepaalde situaties, de juiste keuzes te kunnen maken?

“Dat denk ik wel. Dat is een perfecte leerschool. De meest verschrikkelijke periode in ons leven was toen Paulien ernstig ziek werd. We waren toen pas een paar jaar getrouwd. Het bedrijf stond in de kinderschoenen, we hadden een kind en stonden overal alleen voor. Op een gegeven moment zag ’t er zelfs heel erg slecht uit voor Paulien. Die periode heeft ons dichter bij elkaar gebracht dan we ooit gedacht hadden. Het was een verschrikkelijke periode, maar tegelijkertijd, we waren, hoe raar ’t ook klinkt, zielsgelukkig”.

Heeft u nog andere hobbies dan muziek?

“Tussen mijn pakweg 12e en 20e levensjaar heb ik paard gereden. Zowel springen als dressuur. Paardrijden en muziek gaan echter niet samen, want de concoursen en optredens vinden altijd in het weekend plaats. Elk gezin had in die tijd wel een paard. Dat was geen luxe, maar bedoeld om het land mee te bewerken. Zo was dat ook bij ons, al hield mijn vader bij de keuze van het paard wel rekening ermee dat ie ook voor paardensport ingezet kon worden. In die periode heb ik ook nog even gevoetbald, maar dat was maar een jaartje.

Het volgen van een kookcursus is de laatste jaren ook een hobby van me, al moet ik bekennen dat het goedkeuren van de wijn daarbij mijn favoriete cursusonderdeel is.

In algemene zin is het zo dat ik ‘het organiseren van iets’ altijd als een hobby heb gezien. Dat loopt als een rode draad door mijn hele leven. Zowel privé als zakelijk. Samen met een collega heb ik een bloemenvereniging opgericht die nu is uitgegroeid tot de bloemen- en plantenveiling ‘FloraHolland Zon’. De organisatie van het Blaaskapellenfestival Beringe was uiteraard het paradepaardje. We hebben er Beringe mee op de kaart gezet, de horeca een impuls gegeven, financiële middelen voor de vereniging zeker gesteld, internationaal aanzien, noem maar op. Fantastisch. Daar ben ik persoonlijk nog altijd trots op”.

Wat zou u anders doen als u nog eens 25 zou zijn?

“Waarschijnlijk zou ik alles precies hetzelfde doen. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom het anders zou moeten gaan. Nee, het is goed zo”.

Wat zijn noodzakelijk eigenschappen van een goede bestuurder, organisator of manager?

“Je dient oog te hebben voor de noodzakelijke dingen die de organisatie, in welke vorm dan ook, vraagt. Je hoeft overigens niet zelf alle eigenschappen van een goed bestuurder te hebben als er ook anderen zijn die bepaalde taken op zich nemen. Je moet nooit proberen alles zelf te doen. Dat is natuurlijk wel het grote gevaar: je hebt snel de neiging om heel veel dingen toch maar zelf te doen. In het verenigingsleven moet je beseffen dat een goed mens niet altijd een goed bestuurder hoeft te zijn. Dat is een groot verschil. Een goed bestuur is echter wel noodzakelijk voor een vereniging. Een goed bestuurder heeft bovendien zelfkennis, en moet het lef hebben om geregeld in de spiegel te kijken”.

Wat is de schaduwzijde van het verenigingsleven?

“De schaduwzijde is dat je gezinsleven wel eens iets tekort komt. En.... een goed bestuurder heeft niet alleen maar vrienden. Jaloezie ligt wel eens op de loer!

Een minpunt van het verenigingsleven is dat de leden alles doen op basis van vrijwilligheid. Op zich is dat natuurlijk prima, maar niet zelden betekent dit tegelijkertijd dat bepaalde mensen in werkelijkheid geen verantwoordelijkheid op zich nemen, of zich er te gemakkelijk vanaf maken. Omdat alles op basis van vrijwilligheid is heb je bij wijze van spreken geen stok achter de deur om in te grijpen. Daar moet je mee kunnen omgaan”.


a1































Wim met vriend Ludo Snelders, bekend van het festival in Essen (B)


Geluidsfragment: 
Onder de brug, gespeeld door die Donau Blaskapelle


Wat beweegt u om, na reeds zoveel jaren actief te zijn, te blijven doorgaan?

“Ik wil inderdaad iets blijven betekenen voor de blaaskapellenwereld. Alles wat ik gedaan heb, heb ik graag gedaan. En bovendien, ik wil niet arrogant klinken, maar datgene wat ik georganiseerd heb is ook een succes geworden. Alle festivals waarbij ik betrokken was in Beringe hebben een positief saldo opgeleverd. Van 1963 tot en met 2007. De mensen waren enthousiast, het waren schitterende evenementen, prachtige programma’s. Daar was ik ook trots op. Natuurlijk! En als we complimenten kregen, uit binnen- en buitenland, dan streelde dat mijn ego. Elk jaar het mooiste festival van Nederland organiseren was voor mij een uitdaging. Ik houd niet van “standaard”. Nee, elk jaar iets beter. Je moet durven te vernieuwen, anders gaat het mis. Blijft het publiek weg en daarmee ook de financiële middelen.  Het risico van vernieuwing is dat je als bestuurder, tenminste, dat is mijn ervaring, wel eens te ver voor de troepen uitloopt; dan kunnen de anderen je niet bijhouden. Dan moet je een beetje gas terug nemen. Zoeken naar een juiste balans, mensen overtuigen en dan toch erin slagen iets nieuws te doen, net iets anders, net iets beter. Dat zit mij in het bloed en dat zal ook nooit overgaan. Ik blijf broeden...”

Waar heeft u een hekel aan?

“Ik heb er altijd een hekel aan om naar huis te gaan als het heel gezellig is. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Binnen organisaties heb ik een hekel aan mensen die heel snel roepen: “Dat kan wel eens fout gaan”. Dat zijn van die mensen die vooraf al een excuus zoeken voordat ze ook maar één moment nagedacht hebben over een creatieve oplossing”.

Zijn er vragen waarop u nog geen antwoord hebt gekregen?

“Die zijn er absoluut en daar blijf ik dus ook mee rondlopen. Zolang die antwoorden in de toekomst liggen blijft het mij elke dag bezighouden. Dat is frustrerend, maar het zij zo”.

Waar kunt u echt van genieten? Wat zijn voor u de geneugten des levens?

“Van een leuk gesprek met een goed glas wijn. Als een evenement goed geslaagd is kan ik er achteraf ook enorm van genieten. Dat het me toch weer gelukt is”.

Is er nog een onvervulde wens?

“Jawel. Ik zou graag, als mij de tijd gegeven is, nog participeren in een groot cultureel evenement, waarbij er een prominente rol is weggelegd voor de allerbeste blaaskapellen”.

Dat heeft u in Beringe toch al tientallen keren gedaan?

“Jawel, maar dan voor enkele duizenden mensen. Ik kan natuurlijk niet teveel zeggen, maar ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is. Je moet daarvoor wel buiten het gangbare durven te denken. Weet je, het zal heel moeilijk zijn om uitsluitend met blaaskapellen duizenden mensen te bereiken, maar als je bepaalde vormen van kunst met elkaar in contact brengt, en dat kan toneel of poëzie zijn of weet-ik-wat, dan zijn er wellicht nieuwe mogelijkheden om werelden die nu nog gescheiden zijn, toch in elkaar te laten overvloeien”.

Kijkend naar de toekomst van de blaaskapellenmuziek: moet er wel of niet vernieuwd worden?

“Het lijkt erop alsof er niet vernieuwd mag worden, want vele pogingen zijn al mislukt. Desalniettemin denk ik, met de kennis die ik uit het verleden heb, dat vernieuwing noodzakelijk is om de jongeren te bereiken. Het oude mag blijven bestaan, natuurlijk, maar er moeten ook nieuwe dingen komen. Op de tv-zender L1 kijk ik graag naar het programma ‘De tent van Emile’. Die persoon zoekt willekeurige muzikanten bij elkaar en formeert dan een nieuw muziekgezelschap. Het is geweldig wat er dan allemaal gebeurt. Ook dat is vernieuwend”.

Waaraan denkt u als ik het woord “komkommer” zeg?

“Ehh.... voor mij mag het ’t hele jaar komkommertijd zijn!”

  

Deelnemende buitenlandse kapellen
Internationaal Blaaskapellenfestival Beringe 

in de periode 1963 – 2007:


Josef Augustin und sein Orchester
Michael Klostermann u.s. Kapelle
Fidelen Munchhauser
Junge Eifellander Blasmusik
Neue Bömische Blasmusik
Robert Payer u.s. Musikanten
Grönauer Blasmusik
Schwarzachtaler Blasmusik
Orig. Kapelle Egerland
Junge Rotachtaler
Moravanka
Borcicanka
Moravenka
Gloria
Tufaranka
Mistrinanka
Vlado Kumpan
Veselka
Budejska Kapela
Dolanka
Ceska met Antonin Doupovec
Kotaranka
Dorfspatzen
Oberägri
Stribrnanka
Rhinwagges
Rigi Spatzen
Sohajka
Victorky
Dolanka
Bojané
Roger Halm u.s. Musikanten
Joschi Hackl u.s. Egerländer
Rosmarinka
Karamicka
Milocanka
Podhoranka
Samsonka
Sarovec
Vinocinka
Zadovjaci
Dunajska Kapele (Donau Kapelle)
Kosenka
Drietomanka
Wachetaler Blasmusik
MaClast
Mährische Freunde
Kinzenbacher Blasmusik
Bure Musig Engelburg
Malakorpatska
Bure Musig Greuningen
 
< Vorige   Volgende >
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

Aanmelden Nieuwsbrief




AdvertisementAdvertisementAdvertisement

Een abonnement op de gedrukte versie van Ruud's Music Magazine / De Muziekvriend  kost € 12,95 per jaar ( 4 nummers ). U kunt zich aanmelden via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Home
internet_banner_wmc
seezo