| Op visite bij... Wim Traa |
|
Wim Traa geniet binnen de blaaskapellenwereld vooral bekendheid als de man die maar liefst 10x de Tsjechische blaaskapel Moravanka naar Nederland heeft gehaald. Tussen 1990 en 2002 was Wim, zeer zeker voor de buitenwereld, hét gezicht van Boxtel’s Harmonie, de organiserende vereniging, die elk jaar op paaszaterdag Moravanka naar Sporthal de Braken in Boxtel haalde. Begin jaren negentig was het leggen van contacten met Tsjechië nog écht pionierswerk, maar Wim en zijn vrouw Fia genoten ervan en wisten ‘Boxtel’ op de blaaskapellenkaart te zetten. Hoewel Wim het alweer enkele jaren iets rustiger aan doet, blijft hij nauw betrokken bij de wereld van de blaasmuziek, waaraan hij zovele vrienden te danken heeft. Ik zocht Wim en Fia op in hun gezellige appartement in Kasteel Stapelen te Boxtel. Een kasteelheer hebben zij in deze tijd niet meer nodig, maar …. Wim zou best een goeie zijn geweest! Tenminste, ik neem aan dat de kasteelheren van weleer, net als Wim, best wel konden genieten van een goed glas wijn. Geluidsfragment: Alles geht vorüber gespeeld door Moravanka o.l.v. Jan Slabák Wim, wanneer ben je geboren en waar? “Ik zag het daglicht voor het eerst op 18 januari 1939, in Boxtel. Ik was de oudste van negen kinderen en mijn vader was klompenmaker. Die had je toen nog”. Hoe is jouw gezinssituatie?“Fia en ik zijn getrouwd in 1964. Ik verwar het jaartal wel eens met de oprichting van blaaskapel Die Zwetschgenbub’n, maar dat was twee jaar eerder, in 1962. Fia en ik hebben elkaar leren kennen in februari 1959. Fia woonde destijds in Best en ik was als dienstplichtige gelegerd in Oirschot. We hebben twee dochters en één zoon en inmiddels twee schatten van kleinkinderen die we regelmatig te gast hebben”. Hoe was jij als tiener te omschrijven?“Rustig, onopvallend. Ik was een gewone, doorsnee jongen. Mijn ouders waren allebei niet muzikaal en dus lag een lidmaatschap van de harmonie niet voor de hand, maar mijn moeder vond het wel een leuk idee als ik een instrument zou leren bespelen. Nu moet je weten dat er in Boxtel twee harmonieën zijn, namelijk Boxtel’s Harmonie en de Gildenbond’s Harmonie. Die twee harmonieën waren min of meer gekoppeld aan de twee dorpskernen Dorp en Breukelen. De Gildenbond’s Harmonie was zogezegd voor de werklieden. Eigenlijk had ik, gezien de ligging van ons huis, lid moeten worden van de Gildenbond’s, maar omdat mijn moeder iemand kende van Boxtel’s Harmonie, werd het toch die harmonie. Nadeel was dat ik er niemand kende in de beginperiode, maar ja, dat loste zich natuurlijk snel op. Een twee jaar jongere broer van mij is destijds bij het tamboerkorps geweest van Boxtel’s Harmonie. Bij die harmonie was het de bedoeling dat ik klarinet zou gaan leren, maar dat stond me niet aan. Ik was ‘strant’ (brutaal) genoeg om dit te zeggen. Ik had liever een koperen muziekinstrument, een trompet. Wim Hoffmans, waarvan ik toen les kreeg, heeft er toen voor gezorgd dat ik kon beginnen op een alt-hoorn. Dat was natuurlijk nog steeds geen trompet, maar in elk geval wel van koper, ha ha! We kregen les met een groepje van vijf of zes jongens, rond de houtkachel. Dat zal zo rond 1950 zijn geweest. Die jongens waren van andere scholen, maar toch klikte het goed en dat is altijd zo gebleven. In feite is in die tijd de muzikale basis gelegd van blaaskapel Die Zwetschgenbub’n. Een man of 18, een echte boerenblaaskapel. De tijd van Gert-Jan Kruutmoes. De harmonie maakte in 1962 een reis naar Duitsland en speciaal voor die gelegenheid was er eigenlijk een blaaskapel nodig, om de boel wat op te fleuren. Zo is het begonnen. En we droegen klompen, natuurlijk! Een aantal van die jongens uit die beginperiode ken ik nu nog steeds. Dat zijn fijne vriendschappen”. Wat is er daadwerkelijk belangrijk in het leven?“Vriendschappen die je met diverse mensen opbouwt. Dat kan op het werk zijn, in de muziekwereld, of nu hier op Stapelen, waar Fia en ik ook weer nieuwe vrienden hebben gekregen. Financiële zaken hebben mij nooit zo bezig gehouden. Dat liet ik min of meer op me afkomen”. Hoe is je carrière verlopen?
“Mijn eerste baantje was bij drukkerij Tielen in Boxtel als handzetter, met loden letters, aan de zogenaamde zetbok. Daarna heb ik 9 jaar bij het Brabants Dagblad in Den Bosch gewerkt. Dat zal van 1962 tot 1971 zijn geweest. Vervolgens ben ik bij de Kunstacademie op de Onderwijsboulevard in Den Bosch terechtgekomen. Daar ben ik tot aan mijn vervroegde uittreding gebleven, en met veel plezier. Rond Den Bosch was er een actieve grafische industrie en dat leidde zelfs tot een project waarbij er woningen werden gebouwd aan de Boschmeersingel in Den Bosch. Fia en ik kwamen in aanmerking voor zo’n woning. We moesten zeventienduizend gulden betalen. Een heel bedrag in die tijd, maar goed, we namen een hypotheek en alles is in orde gekomen. We hebben er 40 jaar en een maand lang gewoond. Eigenlijk ben ik pas in de tweede helft van de jaren zeventig actief geworden met het organiseren van allerlei dingen”. Geluidsfragment: Sikulka Polka gespeeld door Moravanka o.l.v. Jan Slabák Hoe ging dat, toen jullie destijds Moravanka voor het eerst naar Nederland lieten komen? “Toen we eind jaren tachtig contacten legden met Jan Slabák, samen met een kennis, vond ik dat allemaal best spannend. We zijn toen helemaal naar Brno gereden om met hem in contact te komen. Eigenlijk kende ik destijds nog helemaal niemand in Tsjechië. Voor Jan Slabák was het niet gemakkelijk om naar ons land te komen. Hij had net een uitreisverbod achter de rug van maar liefst zes jaar. Alles moest heel precies geregeld worden. De eerste keer dat Moravanka kwam hebben de muzikanten, op speciaal verzoek, in een hotel geslapen. In die tijd was het nog zo dat zijn kapel voor één optreden twee keer bleef slapen en er moest ook twee keer gezorgd worden voor eten. De muzikanten kwamen aan op vrijdag, gingen eten, slapen en daarna op zaterdag winkelen in Den Bosch, weer eten, daarna het optreden en daarna weer overnachten. Kortom, dat was een heel gedoe. Ik heb in die dertien jaar dat we ‘Boxtel’ hebben georganiseerd, het steeds zo goed mogelijk willen doen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar toch is het dat niet. Als je iets goed wilt organiseren dien je je in te leven in de wensen van het publiek. Alles moet kloppen. Je moet zorgen voor goede stoelen, goed licht, goed geluid, mooie entreekaartjes, posters, reclame, een goede ontvangst van de muzikanten, voldoende vrijwilligers om alles in goede banen te leiden enzovoorts. Samen met de kapel en harmonie maakten we telkens een aantal ploegen, om op die manier te zorgen voor voldoende bemanning, op elk tijdstip. Alle leden van onze vereniging werden persoonlijk benaderd en gevraagd in welke ploeg ze konden meehelpen en waarmee. Vervolgens werd dat netjes opgeschreven, zodat iedereen precies wist waar ie aan toe was. Na zeven jaar Moravanka besloten we twee kapellen op één avond te laten optreden. Jan Slabák had bij wijze van spreken de status van “Onze Lieve Heer”, maar Bohumir Kamenik van Tufaranka zat er niet ver vanaf! Ik ben altijd blij geweest dat al die kapelmeesters zich correct en sportief zijn blijven gedragen. Je ziet wel eens dat kapellen, als ze van het podium moeten, een potpourri van 12 minuten gaan spelen om tijd te rekken. Dat is bij ons nooit gebeurd. Discipline! We hebben het evenement nooit georganiseerd met het doel er veel geld aan over te houden. Als we quitte speelden was het oké. Het ging voor de gezelligheid, de saamhorigheid van onze vereniging. Met de financiële kant van het verhaal heb ik mij nooit zoveel beziggehouden. Dat deed het bestuur van de harmonie. Het bestuur coördineerde ook de sponsoring. Eén keer hebben we 1100 mensen in de sporthal gehad. Veel te veel natuurlijk, mocht eigenlijk niet, maar ja, zo heel streng was het toen nog niet”. Wim, wat zou je anders doen als je nog een keer 25 zou kunnen zijn?“Dan zou ik een veel wilder leven leiden, ha ha. Toen ik een jaar of 25 was bouwde ik mijn leven op, op een vrij rustige manier. Niet dat ik verlegen was, nee, dat niet, maar wel een beetje timide denk ik. Van me af praten deed ik toen nog niet. Van huis uit was ik gewend dat mij alles gezegd werd. Pas na mijn diensttijd werd ik mondiger. Acht jaar lang ben ik nog secretaris van de Grafische Bond in Den Bosch geweest. Als secretaris werd van mij verwacht dat ik een mening had over bepaalde zaken. Nou, daar leer je wel van. Daar was wel een portie lef voor nodig. Ooit heb ik een poging ondernomen om toe te kunnen treden tot het hoofdbestuur. Ik zat bij de laatste vier kandidaten uit een groep van 27. Achteraf gezien ben ik blij dat de keuze niet op mij is gevallen, want dan was ik ’s avonds nooit meer thuis geweest. Men vroeg mij destijds of ik een hobby had en of ik die hobby zou opgeven als dat nodig was. Ik heb toen gezegd dat ik de muziek nooit zou opgeven”. Jij en Fia zijn tegenpolen?“Zonder meer. We zijn heel verschillend, maar er zijn ook overeenkomsten. We zijn allebei eigengereid, denken allebei wel eens dat we het beter weten dan de ander! Als ik iets in mijn hoofd heb, dan denk ik daar lang over na, zonder daar meteen over te praten. En dan laat ik mij niet meer van de wijs brengen, tenzij Fia hele goede argumenten heeft, maar dan moeten die argumenten ook écht goed zijn!” Wie van jullie twee geeft het eerste toe als er een meningsverschil is?Wim: “Ik”. Fia: “Ik”. Na 13 jaar ‘Boxtel’ is jullie vereniging ermee gestopt. Blaaskapel Freunde Echo uit Overloon, waarbij jullie schoonzoon John de bas speelt, heeft het festijn min of meer overgenomen. Waarom zijn jullie er destijds mee gestopt?“We zijn gestopt omdat we het eigenlijk wel genoeg vonden. Er moest gewoon eens iets nieuws komen. We vroegen ons af of de mensen na 13 Paaszaterdagen Boxtel niet eens iets anders wilden, of men er geen hekel aan kreeg. Natuurlijk was dat laatste niet zo, maar ach... De sponsoring bleef op eenzelfde niveau terwijl de kosten stegen. Financieel gezien kwamen er dus iets meer risico’s. Uiteraard was het een prettig gevoel dat een en ander toch overgegeven kon worden aan mijn schoonzoon John. Zo werd het evenement, in iets gewijzigde vorm, toch voortgezet. Daarna ben ik me toch blijven inzetten, met name voor de harmonie. In november 2004 is er mede op mijn initiatief een speciaal concert georganiseerd dat luisterde naar de naam ‘Het concert van de eeuwige jeugd’, een concert dat bij wijze van spreken ook bedoeld was voor ouderen die zich jong voelen. Op die avond speelden onze harmonie, een popkoor, een zangeres, een accordeonist en een combo. Heel veel lichte muziek. Het werd een doorslaand succes, een geweldige avond. Mijn persoonlijke drive om dit idee door te zetten lag in het feit dat ik vond, en vind, dat harmonieën en fanfares teveel zware muziek brengen. Zo zwaar dat zelfs de eigen aanhang niet meer naar de optredens komt. Daarom wilde ik een programma samenstellen dat aansprak. Een programma waarmee bewezen kon worden dat het niet aan de aanhang lag, maar aan de repertoirekeuze. En dat is me gelukt! Het grappige was zelfs dat de eigen aanhang ook moest betalen voor de entree. En wat denk je? Twee weken van tevoren was het concert helemaal uitverkocht. Voor mij was dat een vorm van erkenning”. Waarover kun je je kwaad maken?“Ik ben niet zo gauw kwaad. Dat komt omdat ik niet graag ruzie maak. Daarom ben ik ook geneigd soms wat sneller toe te geven. Nee, ik ben niet iemand met een kort lontje”. Hoe denk je dat het leven er in 2025 zal uitzien?“Moderner. Alles gaat gewoon door, zeker weten. Het enige grote nadeel is dat er steeds meer mensen komen die, denk ik, het allemaal niet meer kunnen bijhouden. Als je tegenwoordig al geen computer meer hebt, kun je in feite al niet meer meedoen. Alles begint met www. Voor mijn kinderen maak ik me geen zorgen over 2025. Dat komt wel op zijn pootjes terecht. De toekomst, ach. Ik neem mij altijd voor elke dag minstens één ding te doen dat ik ontzettend leuk vind, al is het maar een klein dingetje. Soms ben ik een beetje bang dat me dat niet meer elke dag lukt, maar tot nu toe is het wel gelukt! Als ik terugkijk dan realiseer ik mij dat ik altijd vol in het leven heb gestaan. In januari 2009 word ik zeventig. Poeh. Verdomd, dan denk ik toch wel eens dat het einde in zicht is. Vanaf mijn zestigste heb ik gemerkt dat er links en rechts vrienden zijn die mij ontvallen. Daar doe je niets aan. Uiteindelijk moet je dan toch maar denken “Liever gij dan ik”. Tja, zo is het leven nu eenmaal”. Wat denk je als ik de naam Wim Versteegen noem?“Poeh, ik dacht dat dit een gezellige avond moest worden! Nee, Wim is een zeer goede kameraad van me. Hij is anders dan ik, zakelijker en zeer vasthoudend, maar ik heb heel veel respect voor hem enneh, maar schrijf dat niet op, ik mag hem graag. We zien Wim en Paulien geregeld en in de zomer gaan we altijd een dagje erop uit met de fiets. We zijn van dezelfde generatie hè, ons kent ons, ha ha!” Wat is de schaduwzijde van het verenigingsleven?Wim: “Dat kun je beter aan Fia vragen denk ik”. Fia: “Wim is 24 jaar voorzitter geweest van Blaaskapel die Zwetschgenbub’n (nu de Aggemarvanhuisaf Band) waarvan 12 jaar als muzikaal leider. In 2008 is hij gestopt bij de kapel. Daarnaast is Wim al meer dan 50 jaar lid van de harmonie. Hartstikke mooie jaren maar dat betekende tegelijkertijd: thuiskomen, eten, even plat en dan weer bezig zijn voor de muziek. Ik overdrijf niet als ik zeg dat Wim meestal 4x per week ’s avonds van huis was. En ook wel vaker. Heel veel avonden heb ik alleen gezeten, al maakte ik zelf ook wel deel uit van het verenigingsleven in Den Bosch. Maar Wim was dus meestal in Boxtel. Maar goed, dat was zo. Een echt probleem is dat nooit geweest, maar ietsje minder was ook goed geweest”. Wim: “We hebben veel lol gehad. Op carnavalsdinsdag was het zo leuk dat het pijn deed om te stoppen. Echt, dan vloeiden er tranen, zo jammer vonden we het dat het weer een jaar voorbij was. Fia in een kruiwagen, kamerbreed tapijt erin, dat soort dingen. Geweldig”. 24 jaar voorzitter van de kapel. Waarom geen 25 jaar? Dat is toch een mooi jubileum?“Ik ben niet zo’n jubileumfiguur. Nee, het was goed zo. Daarna ben ik gewoon lid gebleven, tot de zomer van 2008”. Fia: “In 2002 is Wim onderscheiden. Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Heel mooi en natuurlijk ook verdiend. Die onderscheiding kreeg hij, en ook zijn goede vriend Jac van de Velden, voor zijn verdiensten voor de kapel en de harmonie”. Wat is jullie favoriete vakantieland?“Tsjechië en Slowakije. Daar gaan we nu al 18 jaar elk jaar naartoe. Eerst alleen met de auto, en nu met de caravan. Omdat ik best wel veel medicijnen moet slikken weet ik niet of we volgend jaar weer kunnen gaan, maar het is gewoon geweldig om er te zijn. We hebben er inmiddels heel veel kennissen, ook buiten de muziekwereld”. Wat zijn voor jou de geneugten des levens?
“Muziek, voetbal kijken en samen fietsen. Nu, met elektrische ondersteuning, is dat geweldig. En zoals gezegd samen met Fia naar Tsjechië. Vijf of zes weken helemaal eruit, fantastisch”. ![]() Als je terugkijkt op je muzikale leven, wat gaat er dan door je heen? “Dat het leven van toevalligheden aan elkaar hangt. Als ik niet bij die Zwetschgenbub’n was gegaan, was ik misschien op een bepaald moment gestopt bij de harmonie. En dan zou Moravanka waarschijnlijk niet 10x in Boxtel hebben opgetreden. Was ik minder bekend geweest in de blaaskapellenwereld, had ik veel minder vriendschappen gehad en had jij hier vanavond niet gezeten! Nog een wijntje?” |
| < Vorige | Volgende > |
|---|














