Op visite bij... Peter Willen Afdrukken
peter-willen-mini25 en 26 april 2009: 27e Blaaskapellenfestival Kessenich met o.a. Gloria 

Peter Willen: één van de jongste geïnterviewden uit de serie Op visite bij.... We kennen hem als muzikaal leider van de Maasgalmkapel uit het Belgische Kessenich, dat elk jaar in het laatste weekend van april een groot festijn organiseert, zowel op zaterdag als zondag. Peter is iemand die bescheidenheid combineert met een enorme daadkracht. Muziek is zijn enige en grootste hobby en als ie nog wat tijd over had,  zou die ook aan muziek besteed worden. Zijn vrouw Marie-Ange en dochter Marlies spelen ook bij de kapel, dus, in Huize Willen draait er geregeld een CD-tje van een mooie blaaskapel. In dit interview leren we hem beter kennen en komen we, dankzij Marie-Ange ook erachter dat Peter soms toch wel een ietsepietsie koppig kan zijn en zijn willetje wel eens wil doordrijven. Maar is dat niet een karaktertrekje dat we bij de meeste kapelmeesters aantreffen?


peter-willen-foto-3-web






















































Peter, wanneer en waar ben je geboren?

“Op 22 mei 1963 ben ik geboren, in het ziekenhuis van Maaseik, maar mijn wieg stond in Kessenich. Daar ben ik opgegroeid en ook altijd blijven wonen. We waren thuis met zijn vijven. Ik heb nog een zus en een broer. Mijn broer Ludo speelt ook mee in onze blaaskapel, de Maasgalmkapel van Kessenich. Mijn vader is als spelend lid gestopt in 2008, maar is wel nog lid”.

Hoe is jouw huidige gezinssituatie?

“In 1984 zijn Marie-Ange en ik getrouwd. In 1994 is onze dochter Marlies geboren. Ook zij is inmiddels actief bij onze kapel. En ook bij de fanfare en jeugdfanfare van Kessenich”.

Hoe was jij als tiener te omschrijven?

“Ik was een heel rustige jongen. Nu nog trouwens. En op straat zag je mij ook niet zo vaak. Thuis was ik meestal bezig met muziek of iets in elkaar aan het knutselen. Denk daarbij aan smeedwerk, zoals het maken van bijvoorbeeld staande lantaarnpalen. Van mijn ouders kreeg ik lasmateriaal en zo kon ik van alles maken voor familie en kennissen. In Maaseik heb ik destijds het Middelbaar Technisch Onderwijs gevolgd, met aansluitend een aantal specialisaties, zoals lassen, machinebankwerken en automechanica.

Mijn vader leerde mij tuba spelen toen ik pas een jaar of zes was. Ik was daar eigenlijk nog te klein voor. De melkboer, die daarnaast ook voorzitter was van de fanfare in Kessenich hoorde mij spelen en zo ben ik ook bij de fanfare geraakt. Nadat ik al een half jaar meespeelde in het korps kon ik officieel muziekles gaan volgen. Later heb ik ook bij de muziekschool Kreato gestudeerd, in Thorn”.

Heb je in militaire dienst gezeten?

“In totaliteit heb ik 7 jaar in militaire dienst gezeten. Ik was dienstplichtig en wilde graag bij de muziek komen. Om daar te geraken heb ik mij als vrijwilliger opgegeven, want dan zou dat iets gemakkelijker gaan. Uiteindelijk heeft het toch nog 1,5 jaar geduurd voordat mij dat lukte, maar daarna heb ik dus 5,5 jaar een prachtige tijd gehad en kon ik elke dag met de muziek bezig zijn. In België was dat destijds echter iets heel bijzonders. Naast het bestaan van de militaire kapellen zoals ook in Nederland had een bepaalde generaal het idee een aantal zangkoren op te richten. Daarnaast zouden alle soldaten uit de militaire scholen soldatenliederen uit vroeger tijden moeten gaan zingen. Al marcherend kon er op die manier gezongen worden. Een muzikale commandant kreeg de opdracht enkele koren samen te stellen en ook ik, als trompettist, werd bij dit plan betrokken. En zo zijn toen een tiental koren, met muzikanten, tot stand gekomen. Aanvankelijk was ik tankchauffeur en speelde ik af en toe bij een parade, of in een kathedraal. Dan speelde ik The last post. In 1982 ben ik binnengekomen bij de militairen. Dat heeft geduurd tot en met 1988”.

Wat is belangrijk in het leven?

“Dat je dingen doet die je graag doet. En natuurlijk een goede verstandhouding met iedereen om je heen. Van nature ben ik iemand die graag in groepsverband actief is. Ik ben niet iemand die zegt: “Zo doen we het”. Wel leg ik meestal een voorstel op tafel, waar ikzelf dan al uitvoerig over na heb nagedacht. Vooral op mijn werk en bij de kapel. Privé is dat iets minder. In mijn werk en bij de muziek moet alles doordacht zijn, de eerste keer goed. Alles gaat in overleg, ook bij de kapel. Ik vraag de anderen om een bevestiging dat ook zij het met me eens zijn”.

Welke onderwerpen op televisie en in de krant hebben jouw aandacht?

“Er zijn niet direct onderwerpen te benoemen die mijn speciale aandacht hebben. Zo gezien is mijn interesse van algemene aard. Ik volg het nieuws niet consequent, maar wel regelmatig, vooral via tv en internet. Ik heb het idee dat we in een wereld leven die we niet meer zelf in de hand hebben. Niet op politiek gebied en ook niet op economisch gebied. Internet speelt een steeds grotere rol. Nog groter dan we wellicht vermoeden. Voor een deel worden we geleefd, daar ontkom je niet aan. Je hebt een bepaalde maatschappelijke functie en in die functie dien je toch in zekere zin prestatiegericht te zijn. Doe je daar niet aan mee, dan verdien je ook geen geld en dan kom je toch al snel in een lastige positie terecht.

Binnen het verenigingsleven is dit minder het geval, maar toch streven wij met onze kapel ernaar eruit te halen wat erin zit. Als kapelmeester probeer ik te voorkomen dat het een sleur wordt. De muzikanten dienen naar de repetitie te komen omdat ze dat leuk vinden, niet omdat het moet. Zo ontwikkel je een goede sfeer en vanuit het plezier kunnen vervolgens prestaties geleverd worden. Samen met het bestuur dien ik daar, als kapelmeester, voor te zorgen”.


peter-willen-foto-1-web































Ben jij iemand bij wie het glas halfvol is, of halfleeg?

“Halfvol. Ik bekijk de dingen meestal van de zonnige kant. Zelfs als er iets ernstig gebeurt in je leven, zoals een ontslag, kun je er uiteindelijk beter uitkomen. Je moet altijd voorkomen dat je bij de pakken gaat neerzitten. Op mijn werk en bij de kapel gaat me dat overigens iets beter af dan in de thuissituatie. Dan ben doorgaans iets gelaten, iets minder bedreven. Bij de kapel ben ik fanatieker. Wil ik vooruitkijken, weten wat er in de lucht hangt”.

Stel dat je nog eens 25 zou zijn. Wat dan?

“Als je alles van tevoren wist, tja, dan zou ik misschien.... nou, uiteindelijk toch niet zoveel anders doen denk ik. Misschien nog meer tijd vrijmaken voor de muziek. Nu is muziek nog belangrijker voor me dan twintig jaar geleden, ga ik er anders mee om. Vroeger was ik met heel veel dingen bezig, soms gejaagd. Nu zijn we gesetteld, geen gezinsuitbreiding meer, huis in orde, een goede baan. Dat scheelt. Nu kan ik intensiever en geconcentreerder genieten. Toen ik jong was had ik geen ervaring, was alles toch tamelijk oppervlakkig”.

Wat spreekt jou, in algemene zin, aan in muziek?

“Muziek is mijn enige hobby. Een hobby die je in verenigingsverband kunt uitoefenen. Je kunt er veel energie in kwijt, ook een deel van je eigen karakter. Voor mij is de beoefening van muziek ook een vorm van ontstressen. Als ik vroeger niet lekker in mijn vel zat, dan knapte ik pas op als ik weer naar de repetitie kon gaan. Dan ging het meteen een stuk beter. Dat is eigenlijk nog steeds zo. Blaasmuziek vind ik gewoon fantastisch”.

Zijn Marie-Ange en jij tegenpolen?

“Toch wel, maar voor een deel hebben we ook wel hetzelfde karakter. We doen heel veel dingen samen, zelfs de afwas! En we hebben dezelfde hobby natuurlijk. Kleding zoeken we samen uit en als we ergens heen gaan, zijn we eigenlijk altijd samen. Ook als we naar muziekfestivals gaan. Zelfs dochter Marlies gaat nu meestal al met ons mee”.

Wie geeft er het eerste toe als jullie ’t ergens niet meteen over eens zijn?

Peter: “Aha, dat is een zeer aparte vraag zeg.....”

Marie-Ange: “Als het om muziek gaat, dan kan ik je vertellen dat Peter het soms moeilijk heeft om toe te geven. Dan is hij uiterst fanatiek. Dat komt door zijn enorme gedrevenheid”.

Peter: “Ik ben soms wat ongeduldig. Als we iets voor het huis kopen, of kleding, dan weet ik meestal vrij snel hoe en wat, omdat ik dat van tevoren beredeneer, erover nadenk enzovoorts. Marie-Ange wil dan wat langer zoeken, toch nog eens dit en dat bekijken en dat duurt me dan te lang”.

Marie-Ange: “Dat werkt ‘m dan op de zenuwen, ha ha!”

Peter: “Ik zeg altijd: goed is goed. De toegevingen komen wel van beiden.”

Wat is het verschil tussen een Belg en een Nederlander?

“Het grootste verschil is wellicht dat een Nederlander alles meteen geregeld wil hebben, terwijl het bij een Belg ook goed is als het morgen gebeurt. Belgen twijfelen meestal iets langer. Ik werk zowel met Nederlanders als Belgen en als ik dan iets zou moeten zeggen, ja, dan zou ik zeggen dat ik, als Belg, altijd heel goed met Nederlanders heb kunnen werken.

Een Nederlander is doorgaans zeer rechtuit, zegt waar het op staat. Nederlanders kunnen ook wel iets beter bepaalde dingen naar hun hand zetten”.

Waar kun je je kwaad over maken?

“Als mensen niet eerlijk zijn of iets anders doen dan wat ze gezegd hebben te zullen doen. Ik kan er ook niet tegen als men een idee op voorhand afwijst, zonder dat er een goede discussie gevoerd is. Daar kan ik mij behoorlijk over opwinden”.

Als je in een lekkere stoel zit en je hoeft nergens meer heen, wat voor een drankje mogen wij jou dan serveren?

“Ik drink helemaal geen alcoholische dranken. Een glas cola is goed. Nee, de geneugten van leven bestaan voor mij dan toch meer uit het luisteren naar muziek. Blaaskapel Gloria is daarbij één van mijn favorieten. Daarnaast gaan we samen regelmatig uit eten. Lekker eten vind ik zalig. Daar maak ik graag tijd voor vrij”.

En sporten?

“Poeh. Dat zou goed voor me zijn, bijvoorbeeld voor het cholesterolgehalte, maar ik ben niet zo’n sporter. Ik sta daar onvoldoende achter, kan mijzelf daartoe niet motiveren. Wel ga ik graag met Marie-Ange een stukje wandelen of fietsen”,

Marie-Ange: “Ha ha, maar als er ook maar een klein zuchtje wind is, of heel in de verte ziet Peter een piepklein donker wolkje, dan maakt hij al snel aanstalten om toch maar vooral thuis te blijven. Muziek luisteren vindt hij toch aangenamer”.

Peter: “Op een doordeweekse dag ben ik ’s avonds ook wel bezig met het voorbereiden en uitkiezen van nieuw repertoire voor de kapel, met regelmatig zang erbij. Daarnaast probeer ik op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op blaaskapellengebied, bijvoorbeeld door websites of interviews te bestuderen. Bij VLAMO, de overkoepelende Belgische muziekorganisatie voor verenigingen, ben ik lid als deskundige, een ondersteunende functie van de artistieke commissie. Deze commissie wordt gecoördineerd door Eric Verschueren van de Kemp’ner Muzikanten en o.a. Ludo Snelders van de Essener Muzikanten. Een deel van mijn vrije tijd wordt daarnaast ook besteed aan het omzetten van partijen en/of het schrijven van tweestemmige zangpartituren. In het weekend gaan we regelmatig met een aantal leden van de kapel naar festivals. Al met al een hele bezigheid, maar ik doe het zeer graag”.

Marie-Ange: “Elke ochtend moet Peter zijn wekker zetten om op tijd wakker te worden. Alleen op zondag niet, want dan is er repetitie. Dan wordt ie vanzelf wakker, omdat ie blij is naar de repetitie te kunnen gaan. Echt, het is zijn lust en zijn leven”.

Peter: “Zeg Marie-Ange, niet teveel vertellen hè”.

Waar denk je aan als het thema vernieuwing van de blaasmuziek ter sprake komt?

“In België hebben we bijvoorbeeld een ‘Dag van de blaasmuziek’. Een mooi initiatief om de blaasmuziek te promoten. Wat mij echter minder aanspreekt is dat een groot aantal kapellen vaak enkel deelneemt aan dergelijke activiteiten omdat er een financiële tegemoetkoming tegenover staat. Persoonlijk vind ik dat de kapellen zelf meer zouden mogen doen om zichzelf te promoten. Zo gezien is de visie van de blaaskapellen soms erg eng. En dat is jammer, want dat belemmert de eigen vooruitgang en daarmee de noodzakelijke vernieuwing.

Vaak hoor je vertellen dat kapellen veel moeite hebben om jonge leden te werven. Dat lukt onvoldoende. Tegelijkertijd vind ik dat niet vreemd, want er wordt misschien ook te weinig gedaan om die jonge mensen enthousiast te maken. Als Maasgalmkapel zitten wij zeer dicht aan de Nederlandse grens. Tijdens ons jaarlijkse festival ontvangen wij zowel Nederlandse bezoekers als Nederlandse kapellen. Het valt mij daarbij op dat de Nederlandse kapellen anders interpreteren waar het bij een blaaskapel in hoofdzaak om draait: mensen animeren, en uiteraard, daarin moet zeer goede muziek verweven zijn. Belgische kapellen houden meer vast aan de partituur, de harmonie-fanfare stijl, terwijl Nederlandse kapellen vaak wat losser zijn. Zij volgen als het ware beter de mode, wat mensen op dit moment aangenaam vinden om naar te luisteren. Dat is vernieuwen, met respect voor het bestaande. Weet je voor wie ik ook veel respect heb? Voor André Rieu. Die doet datgene wat de mensen willen en scoort daar enorm mee. Daar neem ik mijn petje voor af. Hij bewijst dat muziek modegebonden is.

Er zijn natuurlijk heel veel muziekstijlen. Je hebt Mistrinanka dat weer anders is als Vlado Kumpan en Ernst Mosch is ook weer anders. Natuurlijk. En dat is mooi. Die verscheidenheid maakt de blaaskapellenmuziek juist boeiend en afwisselend. Dat is entertainment. Het publiek wil het zo, anders wordt het al snel als saai ervaren, en zeker als het muzikale gedeelte al niet op het allerhoogste niveau gebracht kan worden. We zijn immers verwend.

Over Vlado Kumpan kan men zeggen wat men wil, maar zijn manier van spelen spreekt jonge mensen, jonge muzikanten aan. Als dat zo is, nou, hou hier dan ook rekening mee en doe daar dan iets mee, want de jeugd heeft de toekomst”.

Wat zijn de kenmerken van een bekwame kapelmeester?

“Hij hoeft voor mij niet persé een diploma te hebben. Zo’n diploma zegt natuurlijk wel iets over zijn muzikale kwaliteiten, maar een ander zeer belangrijk aspect is dat deze persoon de muzikanten kan motiveren en dat ie het vermogen heeft om zijn eigen doelen te kunnen presteren, als het ware te kunnen verkopen aan zijn kapel. Een goede kapelmeester dient ook rekening te houden met de kunde van de individuele muzikant en deze niet voor gek te zetten als het niet lukt een bepaalde muzikale prestatie neer te zetten. Tot slot moet een kapelmeester veel luisteren naar andere kapellen, naar CD’s, festivals bezoeken enzovoorts. Als ik ergens geweest ben en op de eerstvolgende repetitie iets probeer, dan zeggen sommige muzikanten: “En Peter, ben je weer naar een festival geweest?” Dus, het werkt!”

Heb je nog wensen?

“Gezond blijven. En op het gebied van de blaasmuziek hoop ik dat we nog zeker 25 jaar ons festival kunnen blijven organiseren. We hoeven geen grote titels, geen extremen, maar we willen wel blijven volhouden, vernieuwen. Met een kapel met goede muzikanten, zoals dat nu het geval is. Het publiek animeren vind ik zeer belangrijk”.

Peter, hoe ziet het programma van het 27ste Blaaskapellenfestival Kessenich eruit?

“Op zaterdag 25 april is er als vanouds de Tsjechische muziekavond. We hebben dit jaar gekozen voor een absolute topper: Blaaskapel Gloria onder leiding van Zdenek Gursky. De kapel is gestart in 1995 en behaalde in 2000 de titel Europameester in de profklasse. Deze kapel hoeft niet onder te doen voor welke andere kapel dan ook. In het voorprogramma van Gloria speelt onze eigen kapel, de Maasgalmkapel Kessenich en dat is nieuw. We vinden het echter fijn om ook onszelf aan het publiek te kunnen presenteren. De entreeprijs voor deze avond is 12 euro aan de kassa en slechts 10 euro in de voorverkoop. Dat is zeker niet duur.

Op zondag 26 april start om 11.15u het bekende Früh- und Spätschoppen. Het wordt een internationale happening. Om 11.15u starten de Dirgelländer Muzikanten uit Stein. Een uur later volgen de Original Maastaler uit Heijnen. Om 13.15u spelen de Stokkemer Stadsmuzikanten uit Stokkem en om 14.30u de Essener Muzikanten uit Essen. Daarna, om 15.45u, wordt het podium vrijgemaakt voor een kapel, wellicht van iets verder weg, maar op dit moment is dat nog niet exact bekend. Om 17.45u presenteren we niemand minder dan Blaaskapel Freunde Echo uit Overloon en om 19.00u volgen Die lustigen Egerländer uit Houthalen. Om 20.15u wordt het Früh- und Spätschoppen afgesloten met Pax Band Opitter.

De toegang is de gehele zondag gratis. Terwijl de verschillende kapellen musiceren en de feesthal vullen met mooie klanken kunnen de bezoekers genieten van een heerlijk glaasje wijn, een koel streekbiertje of een lekkere warme maaltijd met alles erop en eraan. In Kessenich wordt goed voor u gezorgd! Alle festiviteiten vinden plaats in de sporthal aan de Meierstraat te Kessenich. Kessenich ligt aan de Belgisch/Nederlandse grens. Wie vanuit Nederland op de A2 de afslag Thorn/Ittervoort neemt, kan niet verkeerd rijden. In Kessenich staan er borden om bezoekers naar de hal te leiden. Parkeerplaats is er meer dan voldoende (gratis)”.

 

Voor meer informatie over het 27ste Blaaskapellenfestival kunt u de volgende nummers bellen: tel. 0032 (0)89 564688 of 0032 (0)89 566280. Website: www.geocities.com/maasgalm
Foto onder: Peter met zijn broer Ludo.

ludo-en-peter-willen-web

 
< Vorige   Volgende >
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

Aanmelden Nieuwsbrief




AdvertisementAdvertisementAdvertisement

Een abonnement op de gedrukte versie van Ruud's Music Magazine / De Muziekvriend  kost € 12,95 per jaar ( 4 nummers ). U kunt zich aanmelden via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Home
internet_banner_wmc
seezo