| Op visite bij... Stefan van den Boogaard |
|
|
Stefan van den Boogaard is de zoon van Jan (overleden in december 2005) en Riek van den Boogaard, mede-oprichters van de Zwarte Fanfare uit Aarle-Rixtel, in 1976. Nog altijd woont Stefan, samen met zijn vrouw Katka, in de ouderlijke woning aan de Albers Pistoriusstraat 20 te Aarle-Rixtel. In de tuin staat het roemruchte ‘Notenhok’, waar waarschijnlijk inmiddels duizenden mensen in de afgelopen tientallen jaren te gast zijn geweest, bij leden van de Zwarte Fanfare. De bijzondere geschiedenis van de kapel wordt in dit ‘Notenhok’ op een fantastische wijze weergegeven. Gezelligheid, liefde voor de muziek en vriendschap staan hier centraal. Talloze foto’s en fotocollages onderstrepen dit. Stefan is de contactpersoon van de kapel en samen met de andere leden bouwt hij verder aan de toekomst. Op een zaterdagmiddag gaan wij op visite bij Stefan, en natuurlijk ook bij Katka. Alex, de hond, is eveneens aanwezig en wil ook bij het interview betrokken worden. Gemoedelijkheid als vanouds. Bij de Zwarte Fanfare voel je je eigenlijk altijd thuis, toch? “Op 6 juli 1970, hier, in deze woning in Aarle-Rixtel. We zitten hier keigoed, dus verhuisplannen zijn er absoluut niet. Ik heb nog een broer en een zus. Mijn broer Jorg speelt trompet in de kapel”. Hoe is jouw huidige gezinssituatie?“Katka en ik zijn getrouwd in 1998. We kenden elkaar toen een jaar of vijf, zes. Ik heb Katka ontmoet dankzij de uitwisselingsconcerten die wij georganiseerd hadden met de Tsjechische kapel Kotaranka. Katka, die geboren is in Tsjechië, zong bij die kapel”. Hoe is de liefde begonnen?“Heel sprookjesachtig! Dat was namelijk in pretpark De Efteling, en ook nog in ‘De droomvlucht’. Dat was een heel verhaal zeg. Dat karretje kreeg een storing waardoor die beugel van dat schuitje niet meer openging. We konden er niet meer uit. Daardoor hebben we dat ritje uiteindelijk drie keer moeten maken Toen Katka naar Nederland kwam is zij zangeres geworden van onze kapel. Ze stopte bij Kotaranka en kon meteen bij ons beginnen. Dat liep mooi in elkaar over”. ![]() Hoe was jij als tiener? Een kwajongen, of eerder een rustig type? “Als ik zeg dat ik geen kwajongen ben geweest en heel rustig, dan is dat niet waar, maar ik denk toch dat ik een gewone jongen was. En natuurlijk al heel jong begonnen met de muziek, bij de kapel. Toen ik een jaar of vijf, zes was, was de kapel nog in oprichting. Ik heb dus alles vanaf het begin bewust meegemaakt. Vanaf begin jaren tachtig speel ik bas. Eerst nog eventjes trompet op een blauwe maandag en ook nog alt-sax, maar dat laatste ging eigenlijk te goed. Ik zat bij een groepje van drie, maar ik schoot veel sneller op dan die andere twee. Mijn vader had dat al snel in de gaten. Die is toen met ome Tonnie een weddenschap aangegaan. Wie het eerst van ons twee goed op de sousafoon kon blazen, die kon meedoen met de kapel. En zo ben ik dus al heel jong bassist geworden. Meestal eindig je met dat instrument, maar in mijn geval dus precies andersom”. Hoe was dat in de beginperiode van de Zwarte Fanfare? Wat kun je je daar nog van herinneren?“Er werd minimaal één keer in de week gerepeteerd in de keuken, want het ‘Notenhok’ was er toen nog niet. Mijn vader draaide veel platen met blaasmuziek. Eerst Egerländermuziek en later, begin jaren tachtig ook Tsjechische muziek. Zelf vond ik die Tsjechische muziek niet zo geweldig, vooral omdat ik er niets van kon verstaan. Dat stoorde me. Op een gegeven moment ben ik daar echter aan gewend geraakt en nu ben ik zelfs getrouwd met een Tsjechische zangeres!” Wat doe je beroepsmatig?“Sinds twee jaar werk ik bij een klein metaalbewerkingsbedrijf in Heeswijk, als CNC-frezer. CNC betekent computerized numerical control. Met diverse freesmachines maken wij onderdelen voor machines, bijvoorbeeld voor de voedingsmiddelenindustrie. Denk daarbij aan lopende banden. In werk daar in dagdienst. Elke dag van zeven tot kwart voor vier. Dat is vroeg beginnen, maar op die manier ben ik de spits voor en ben ik ook weer mooi vóór de drukte thuis. Het is ongeveer een half uurtje rijden”. Ben jij iemand die het nieuws, de actualiteiten volgt?“Toch wel. Als ik thuis kom van mijn werk kijk ik meestal even naar RLT7 en dan komt ook het nieuws voorbij. Economie, politiek, de beurs, ik neem alles mee. Kranten lees ik niet, maar via radio, televisie en internet blijf ik wel op de hoogte. Een krant vind ik trouwens te duur. En dan moet je ook nog een half uur eerder opstaan om alles fatsoenlijk door te lezen. Nee, dan luister ik liever naar de radio als ik ’s morgens in de auto zit”. Waar kun je je aan ergeren?“Ik erger me overal aan, aan alles en toch ook aan niets. Ik moet gewoon iets hebben om me te ergeren, om mee bezig te zijn. Dat is eigenlijk heel dubbel. Dat kan het verkeer zijn, gezeik op de radio, geneuzel van mensen, oneerlijkheid, noem maar op. Als ik in de auto zit, dat is echt waar, dan zitten er altijd een hoop van die zondagsrijders op de weg. Van die mensen die 70 rijden waar je 80 mag. En 80 is 80. En als ik eens een keertje moet opschieten, wat denk je, dan zit er altijd een tractor op de weg, staat de brug open, komt er een trein aan, ik word er werkelijk gek van. Echt kwaad word ik dan niet, maar ik moet het wel tegen iemand kunnen vertellen!”
Katka: “In de auto, dat is gewoon verschrikkelijk. En hij vertelt dat dan altijd tegen mij. Ik moet dat altijd aanhoren, dat mopperen”. Stefan: “Ja natuurlijk, want jij zit naast me. Ik moet dat dan toch effe kwijt. Onrecht en oneerlijkheid, daar kan ik ook niet tegen. Mijn vader was daar nog veel straffer in, maar als ik in de gaten heb dat het niet klopt wat iemand zegt, dan laat ik dat wel weten hoor. Trouwens, weet je waar ik mij ook aan erger? Aan dat spammen van enkele kapellen. Die sturen nondeju tientallen mails. Dan dit en dan dat, daar komt geen einde aan. Voor elk optreden dat ze doen sturen ze veertig mails. En dan ook nog erbij schrijven hoe geweldig dat ze zelf zijn, superformatie, virtuoos, en ga zo maar door. Ik heb die kapellen in mijn computer geblokkeerd, zodat er niks meer binnenkomt. Die staan zogezegd op de zwarte lijst! Ongelooflijk, wat een zelfverheerlijking”. Je bent nu de contactpersoon van de Zwarte Fanfare. Vroeger deed je vader Jan dat. Hoe heb je dat ervaren, toen jij die taken van hem overnam?“Vader regelde vroeger alles, en zeer strak. Hij stak daar zeer veel tijd in en had de goede eigenschap niets te vergeten. Toen zijn gezondheid minder werd ben ik langzaam maar zeker een aantal dingen van hem gaan overnemen. Dat was wel even wennen, want toen vader nog alles regelde hoefde ik niets te doen. Zelfs de pupitres werden klaargezet in het Notenhok en het eerste nummer dat we zouden oefenen, lag al gereed. Ook toen hij ziek was kwam hij nog elke week naar de repetitie. Moeder doet dat nu nog steeds overigens. Die woont een eindje verderop, het gaat gelukkig prima met haar. In de loop der tijd ben ik er steeds meer ingerold. Ik doe niet alles, maar probeer de taken te verdelen. Bij het maken van afspraken word ik bijvoorbeeld geholpen door Erik. Die zegt dan niet zoveel, maar let wel altijd goed op. Als ik dan iets vergeet, dan geeft hij me een hint of hij herinnert me eraan dat er nog links of rechts iets geregeld dient te worden. Het valt best wel tegen om iets te organiseren. Daar komt vanalles bij kijken. Kleinigheidjes, van die snuisterijen. Als je de hele dag moet werken en de kapel ’s avonds nog erbij moet doen, dan is dat niet niks. Neem nou onze bus, die zwarte Mercedes bus. Drie jaar geleden een gereviseerde motor in gelegd, amper 1200 kilometers gelopen en nu is ie alweer stuk. Dat ding lijdt meer van het stilstaan dan van het rijden. En ik ben geen automonteur! Misschien moeten we die bus dus wegdoen en gewoon een aanhanger aanschaffen. Dat doen andere kapellen ook. Wat al die jaren gebleven is, is dat onze kapel een vriendenclub is. Misschien nu zelfs nog iets meer dan vroeger. We gaan soms samen op stap, naar verjaardagsfeesten, dat soort dingen. Twintig jaar geleden was de kapel een grote groep. Nu is dat minder, want er zijn heel veel stellen in de kapel, of vader en zoon. De aanhang wordt daardoor automatisch kleiner. Al met al weet ik niet of er zo heel veel veranderd is. Denk het niet. Alleen is de beleving nu iets anders, omdat we in een andere tijd leven en allemaal ouder zijn geworden. Dat mijn vader het al die jaren prima heeft gedaan, dat staat echter als een paal boven water”. Verzorgen jullie nog steeds zoveel optredens als vroeger?“In 2008 hebben we dertig keer opgetreden. We hanteren geen maximum aantal. Elke aanvraag wordt aan de groep voorgelegd en de condities besproken. Als we beschikbaar zijn, dan gaan we. Ik bespeur een tendens dat de tijd tussen een aanvraag en een optreden korter wordt. Vroeger zaten daar maanden tussen. Nu is dat soms slechts enkele weken”. Verschijnt er in 2009 nog een nieuwe CD?“Dat was aanvankelijk wel de bedoeling. Alle opnames waren klaar, maar de harde schijf is gecrashed, dus alle 19 nummers zijn verloren gegaan. Jammer, maar ook weer geen wereldramp, want sommige nummers die we opgenomen hadden zitten nu toch al niet meer in ons repertoire. Het was natuurlijk ook wel een beetje onze eigen schuld, omdat we er zo lang over gedaan hebben. Omdat we zelf over een studio beschikken stel je al heel snel een weekje uit, maandje dit en dat en zo verstrijkt de tijd. Kapellen die geen studio hebben zijn verplicht om alles in één of twee weekends op te nemen. Dan heb je een stok achter de deur. Momenteel kunnen we niet opnemen omdat het buiten te mooi weer is. Dan fluiten de vogels en hoor je kinderen schreeuwen. Omdat het Notenhok niet geïsoleerd is, werkt dat niet. We zullen dus moeten wachten totdat het weer wat kouder wordt. Of we moeten ‘Auf der Vogelwiese’ opnemen, dan mag er best een vogeltje tussendoor klinken!”
Stefan, wat vind jij belangrijk in het leven? “Ik hoop niet veel anders dan nu! Voor mij mag alles zo blijven zoals het nu is. Hoop dat tegen die tijd het pensioen nog niet helemaal is afgeschaft!” Zouden jullie eventueel in Tsjechië willen gaan wonen, het vaderland van Katka?Stefan: “Ehh.... nou, nee, ik blijf toch liever hier denk ik. We kunnen ook niet weggaan, want we zitten allebei bij de Zwarte Fanfare. Dat gaat dus niet. Stel dat de muziek niet meer zou zijn, tja, dan zou het in theorie natuurlijk wel kunnen!” En jij Katka?“Als we de grote Jackpot zouden winnen, dan zou ik daar wel van durven dromen. Maar ik ben heel graag in Nederland hoor. Een paar maanden per jaar naar Tsjechië zou misschien het beste zijn als we de Jackpot winnen”. Stefan: “We hebben het keigoed hier. Huisje, boompje, beestje. In de tuin staat de notenboom en hond Alex houdt de wacht, de schijterd. Als er een vliegtuig over komt vliegen, dan begint ie al te bibberen”. Hoe zie je de toekomst van de blaaskapellen?“Men zeurt steeds over vergrijzing, maar ik geloof dat niet. De mensen die dat roepen zijn zelf ouder geworden, natuurlijk, maar dat wil niet zeggen dat er geen nieuwe mensen zijn bijgekomen die jonger zijn. Toen ik twintig was, was de gemiddelde leeftijd volgens mij precies hetzelfde als nu. Het was echt niet zo dat de mensen in het publiek toen gemiddeld 45 jaar waren! Echt niet. Ook nu zie ik dat jonge mensen met hun ouders meegaan, voor de gezelligheid. Als er echt vergrijzing zou zijn, dan zouden de harmonieën en fanfares ook grote problemen hebben, maar dat is niet zo. De jongste bij onze kapel is nu 30, en Sjoerd, onze slagwerker, is met 66 jaar de oudste. Die heeft trouwens nooit embouchure problemen! Het zou goed als de blaasmuziek meer gepromoot zou worden via radio en televisie. En dan bedoel ik via de grotere zenders. Dat gebeurt echter niet, terwijl er toch tienduizenden mensen zijn die blaasmuziek mooi vinden. Volgens mij wordt die muziek bewust geblokkeerd. De lokale omroepen verrichten goed werk. Dat wordt gewaardeerd”. Heb je naast de muziek andere hobbies?“Eigenlijk niet. Ja, Katka natuurlijk hè Kat! Uitgaan vind ik wel leuk. Waar maakt me niet zoveel uit, als ik maar niet hoef te reizen. Meestal rijdt Katka. Meestal gaan we naar een festivalletje of zo. Carnaval vind ik ook wel leuk. Op vrijdagavond ga ik meestal een uurtje het dorp in, een borreltje vatten. Maar voor de rest, nee, bezig zijn met de kapel is voldoende, dat is goed zo”. Ik denk dat ik het antwoord al weet, maar... ben je eigenwijs?“Natuurlijk! Wie niet eigenwijs is, die heeft geen mening! Iedereen is eigenwijs, behalve babies, want die kunnen nog niets zeggen. Ik heb mijn eigen opvattingen, en daar hoeft niet iedereen het mee eens te zijn. Discussies aangaan vind ik heerlijk. Bekvechten is voor mij een sport. En je wordt er niet moe van. Het aardige van de blaaskapellenwereld is trouwens dat mensen daar zelden of nooit ruzie hebben. Een hoop discussies, oké, maar ruzie, nee. Vergelijk dat maar eens met voetbal!” Wie van jullie twee geeft het eerst toe bij een discussie?Stefan: “Ha ha, ik blijf net zo lang doorgaan totdat Katka toegeeft. Maar, als ik ongelijk heb, en iemand me daarvan kan overtuigen, dan geef ik dat ook grif toe. Zo eerlijk moet je zijn”. Zijn Katja en jij twee tegenpolen?Stefan: “Eigenlijk niet. We hebben zelden onenigheid, eigenlijk nooit. En als er eventjes iets is, dan komt dat meestal omdat de een de ander niet goed begrijpt, het anders interpreteert. Na een discussie van een uurtje zitten we dan wel weer op één lijn. Katka en ik bespreken alles met elkaar. Ik moet ook altijd iemand hebben tegen wie ik kan aanpraten. Bij de kapel is dat ook zo. Als er iets besloten moet worden dan zoek ik er een man of drie, vier bij. Maar wel mensen die verstand hebben van het betreffende onderwerp. Dan kun je een beetje steun vergaren. De uiteindelijke knoop doorhakken, dat gebeurt meestal maar door 1 of hooguit 2 personen. Mijn vader is altijd een vraagbaak voor mij geweest. Ik kon altijd bij hem terecht om te vragen hoe hij de dingen regelde. Dat mis ik nu wel eens, dat is gewoon zo”. Wat zou er moeten veranderen in blaaskapellenland?“Voor mij mogen ze de concoursen afschaffen. Het gaat er niet om wie het beste is, maar wie het beste kan samenwerken. Blaaskapellen zouden juist met elkaar iets moeten doen, in plaats van tegen elkaar. Weet je hoe je een blaaskapel het beste kunt beoordelen? Door hun website te bezoeken en dan te kijken hoeveel optredens ze in hun agenda hebben staan. Als de agenda leeg is, dan is het niet goed en als ie vol is, dan weet je dat de kapel gewaardeerd wordt door het publiek. Zo simpel is het. Ik vind ook dat de Stuurgroep blaaskapellen van de KNFM veel minder aandacht aan concoursen dient te besteden. Geen aandacht is nog beter. Die workshop voor geluidstechnici die de Stuurgroep twee keer georganiseerd heeft, dat vind ik wel een goed initiatief”. Wanneer is jullie volgende jubileum?“In 2011. Dan bestaan we 35 jaar. We hebben vorig jaar een reis door Amerika gemaakt. Op You Tube staan krek mooie filmpjes van die reis. Misschien dat onze dirigent Mart Kusters ooit nog een soort Europareis voor ons kan regelen. Daar moeten we maar eens een strijdplan voor maken!” Voor meer info over de Zwarte Fanfare kunt u Stefan bellen, tel. 0492 – 384905 of een e-mail sturen naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken of via de website www.zwarte-fanfare.com
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|















