| Blaaskapel Marlènticka: nieuwe CD |
|
|
Interview september 2009 - Ruud van Didden Jullie brengen 19 september a.s. een nieuwe CD uit, getiteld “12,5 Jôar Marlènticka”. Was dat jubileum de belangrijkste reden om de studio in te gaan?
Coen: “Uiteraard vormt het jubileum een mooie aanleiding, maar daarnaast vonden we ook dat het tijd werd voor die 3e CD. Tijdens optredens krijgen we regelmatig de vraag of we een nieuwe CD hebben en die vraag willen we graag positief beantwoorden. De 1e CD is helemaal uitverkocht en van de 2e hebben we er ook al méér verkocht dan we aanvankelijk verwacht hadden. Wat dat betreft hebben wij zeker geen slechte verkoopervaringen. De nieuwe CD is bovendien een prima manier om onszelf te promoten, onder de aandacht te brengen. Als kapel kun je je diverse doelen stellen. Dat kan een bijzonder concert zijn, een CD-opname of bijvoorbeeld een deelname aan een concours. Wij van Marlènticka geven de voorkeur aan een CD-opname boven bijvoorbeeld de deelname aan een concours. Beide doelen vragen tijd, geld en energie, maar een CD is voor ons toch een grotere beloning dan een oordeel van een jury, waarvan je je de dag erna kunt afvragen of iemand daar nog wel een boodschap aan heeft. Met een concours is niks mis, maar een CD-opname is meer tastbaar, kun je veel langer aan je toehoorders laten zien en horen. We zijn nog niemand tegengekomen die het jammer vindt dat we niet aan een concours deelnemen. Wel zijn er telkens opnieuw muziekvrienden die vragen om een nieuwe CD!” Hoe hebben jullie bepaald welke nummers er opgenomen zouden worden? Joost: “We hebben aan al onze leden gevraagd een voorkeurslijstje te maken. Die lijstjes hebben we vervolgens geïnventariseerd en daaruit zijn twaalf nummers naar voren gekomen. Vervolgens heeft onze kapelmeester Saimon Bastings twee nummers uitgezocht en daarnaast hebben we nog één nummer op speciaal verzoek van onze platenmaatschappij Marlstone Music opgenomen. En dat nummer is.... de Festwies Polka! Dat nummer was namelijk nog niet eerder door Marlstone opgenomen. In totaliteit dus 14 nummers en de Festwies Polka als toegift”.
Coen: “We hebben enkele zeer bekende nummers opgenomen, namelijk de Südböhmische Polka en Böhmischer Traum. Die nummers zijn uiteraard al door vele kapellen opgenomen, maar we weten gewoon dat we ons publiek daarmee toch een groot plezier doen, want het zijn simpelweg prachtige nummers die nooit, maar dan ook nooit vervelen. Die wil je gewoon horen. De Südböhmische Polka spelen we in een arrangement van Gloria, waarbij Saimon en ikzelf de variaties voor bas en trombone op papier hebben gezet. Dat was een heel gepuzzel, want we zijn ook maar amateurs, maar toen het gelukt was, was de voldoening des te groter. Onze versie is uiteindelijk een mix geworden van laten we zeggen de speelwijze van Kumpan en Gloria”.
Joost: “Een ander bekend nummer, maar dan in een volledig andere stijl, is Don’t cry for me Argentina (gespeeld door vader en zoon Kleijnen). Uiteraard staan er diverse Moravische polka’s en walsen op de CD, want het Tsjechische repertoire blijven we natuurlijk trouw. Zondermeer”. Coen: “We hebben twee nummers met een Limburgse tekst opgenomen. Het ene is getiteld ‘Ôs Bloaskapel’ en het andere ‘Limburgs Land’. Zoals je weet vormen Joost en ik als vanouds het zangduo. De teksten zijn geschreven door Jan Huijnen uit Reijmerstok en door mijn vrouw Angèl en mij”. Hoe hebben jullie de CD opgenomen? In groepjes of alles in één keer?Joost: “We hebben de nummers steeds gezamenlijk opgenomen, in één keer dus, met uitzondering van de klarinetten en de zang. De klarinetten moesten apart, simpelweg omdat onze kapelmeester Saimon klarinettist is en niet tegelijkertijd kan dirigeren én spelen. Ikzelf speel ook klarinet. Tijdens de repetities ervaar ik het wel, schrijf dat maar eens op, als een zeer groot nadeel dat ik dan regelmatig helemaal alleen moet spelen omdat Saimon dirigeert, maar het is niet anders. Ik zit dan in mijn eentje wat te ‘fierljeppen’ terwijl het pas écht mooi is met zijn tweeën. Maar goed, dat is met meer dingen, ik dwaal af.....
Enfin.... mag ik hier roken trouwens? We hebben ervoor gekozen om alles zoveel mogelijk samen op te nemen omdat je op die manier de sfeer het beste in de muziek kunt leggen. Als je elke sectie apart opneemt, en met van die warme koptelefoons op je oren het ritme moet volgen, nee, dat vonden we niet ideaal. Het is juist een kenmerk van Marlènticka dat we beter presteren als we compleet zijn, samen. En dat is gelukt. De diverse nummers hebben we over twee weekenden verdeeld opgenomen, telkens over twee dagen. De opnames bij Marlstone zijn ons, net als in het verleden, zeer goed bevallen. De opnames zijn begeleid door Michel Nita en Joep Servais”.
Joost: “Op zaterdag 19 september vindt de CD-presentatie plaats, in zaal Weustenraed, Eijkerstraat 10 te Margraten, vanaf 20.00u. De presentatie is in handen van Piet Meesters, die op de voor hem bekende gezellige en humoristische wijze die avond zal invullen. Als speciale gastkapel hebben we de Boemelkapel uit Banholt uitgenodigd. Daarnaast zal de Limburgse zanger Frans Croonenberg een optreden verzorgen”.
Coen: “We hebben er maar meteen een compleet feestweekend van gemaakt, want op zondag 20 september houden van we vanaf 13.30u een blaaskapellenfestival met de volgende kapellen: Holland’anka, de Bukel Buben, blaaskapel Krajovjanka en blaaskapel Judaska. Ook dit vindt plaats in zaal Weustenraed. De entree is beide dagen geheel gratis”.
Coen: “Zo’n 20 tot 25 per jaar. Heel gevarieerd. We hebben in Beringe gespeeld tijdens het voorprogramma van Mistrinanka, dit jaar hebben we gespeeld tijdens het WMC in Kerkrade, we hebben een Heilige Mis opgeluisterd, een leuk concertweekend georganiseerd naar Duitsland met een deel van de fanclubleden, we spelen in verzorgingstehuizen, kortom, van alles en nog wat. Onze agenda loopt steeds lekker vol en dat is natuurlijk fijn, want als je elke week repeteert, dan wil je ook optredens verzorgen”.
De aanwas van jonge muzikanten kan wellicht een probleem worden. Dat is helaas zo. De oorzaak ligt bij het feit dat de instroom van jonge kinderen bij de harmonieën en fanfares sterk stagneert. Ikzelf heb daarbij niet zozeer het idee dat de kinderen dat zelf niet meer willen, maar dat de ouders er minder welwillend tegenover staan en dat dit een financiële reden heeft. Omdat muziekscholen namelijk steeds minder gesubsidieerd worden, dienen de ouders de opleiding zelf te betalen en dat is iets waar men tegenop kijkt. Een muziekopleiding is immers niet goedkoop. Ik heb het idee dat ouders wel eens te snel hun kinderen met een playstation bij de televisie laten zitten in plaats van te investeren in een muzikale opleiding. Dat is jammer. Tegelijkertijd zie je dat de harmonieën en fanfares weer zelf starten met een interne opleiding, vanwege die dure muziekschool. De lessen worden dan gegeven door de betere muzikanten of door ingehuurde docenten. De kwaliteit van de opleiding is daardoor niet meer per definitie gegarandeerd of op de juiste wijze georganiseerd. Soms is die goed, maar soms ook niet”. Coen: “Die ontwikkeling is natuurlijk minder positief. Daarnaast vind ik het jammer dat men blaasmuziek toch nog wel regelmatig typeert als ‘toetermuziek’. Het is jammer dat velen zich niet realiseren dat het maken van blaasmuziek een vorm van vrijetijdsbesteding is die zich met name in verenigingsverband afspeelt en dat zo’n vereniging van enorme waarde is voor de persoon zelf en de gemeenschap. Dat heeft enorme positieve invloeden. Mensen komen samen, praten met elkaar, musiceren samen, er ontstaan sociale contacten, evenementen, noem maar op. Dat alles bevordert de sociale interactie. Een harmonie, fanfare of kapel heeft een enorme impact op de gemeenschap. Zoiets moet je koesteren want als die gemeenschapszin wegvalt, dan komen mensen niet meer samen, wordt er niet meer ondernomen en dat is uiteraard een enorm gemis. Ook voor de horeca en de middenstand. Daarom is het des te belangrijk dat wij organisaties zoals het WMC (Wereld Muziek Concours) een warm hart blijven toedragen. Het vreemde is dat het in Nederland moeilijk is om het WMC uit te dragen, terwijl de rest van de wereld wekenlang massaal naar Kerkrade reist en laaiend enthousiast is. Dat snap je toch niet?
Met Pinkpop lukt dat wel, maar met blaasmuziek minder goed. Weet je wat waarschijnlijk ook niet lukt? Vlado Kumpan laten optreden in een grote stad als Amsterdam. Dat is toch eigenlijk raar, niet? Dat heeft volgens mij toch te maken met cultuurverschillen, mentaliteitsverschillen. Blaaskapellen krijgen helaas ook veel te weinig medewerking van de grote media. Men laat de kapellen simpelweg links liggen. Jammer. Wij laten ons echter niet uit het veld slaan. Een positief punt is de wijze waarop het publiek in het Oosten en Noorden van Nederland op onze muziek reageert. Dat is werkelijk fantastisch. Daar worden blaaskapellen met groot enthousiasme en een warm onthaal ontvangen. Dat mag ook wel eens gezegd worden. Die gastvrijheid is enorm”. Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken en natuurlijk de website www.marlenticka.nl |
| < Vorige | Volgende > |
|---|















