Op visite bij de 'Polka Madam': Tiny Liska Afdrukken
tiny-liska-2009-kleinWie Moravanka zegt, zegt Tiny Liska. Waar Jan Slabák (1944) met zijn kapel Moravanka optrad in Nederland, daar was ook Tiny. Ze houdt van muziek, van kunst, van koken, van Tsjechië, verzamelt iconen, adviseert gezelschappen die naar Tsjechië willen reizen, ze is bevriend met de Praagse zanger Karl Gott, heeft ooit gecorrespondeerd met Albert Schweitzer, noem maar op. Een boeiende en sociale vrouw, moeder, oma en overgrootoma, die bovendien niet op haar mondje is gevallen. In 2008 kreeg zij borstkanker en vreesde zij voor haar leven. Eventjes was er geen muziek meer. Een operatie en een lang herstel volgden, maar inmiddels gaat het weer een stuk beter en krijgt Tiny langzaam maar zeker haar oude energie weer terug. In Tsjechië noemen ze haar de ‘Polka Madam’. Een titel die ze zeker verdient, want al sinds 1968 promoot zij de Tsjechische blaasmuziek! Ik bezocht haar in het Belgische Maasmechelen.

Interview zomer 2009 - Ruud van Didden

Tiny, waar ben je geboren en wanneer?

“Ik ben geboren in Maastricht, op 10 april 1945. Maastricht heeft nog altijd een warm plekje in mijn hart. Vanaf mijn geboorte heb ik er gewoond, tot 1 januari 2000. De monumenten, de cultuur, de literatuur, de gedichten. Dat is natuurlijk prachtig. Jawel, dat Maastrichtenaren chauvinistisch zijn, dat vind ik heel begrijpelijk”.

tiny-liska-2009























































Hoe was jij als kind, als tiener?

“Eigenlijk ben ik tamelijk alleen opgegroeid want ik was een nakomer, 9 jaar jonger dan mijn oudere zus. Mijn twee zussen zijn naar het klooster gegaan, maar een is er daarna toch uitgetreden en getrouwd. Als kind was ik rustig van aard, maar als ik iets kon uitvreten, kattenkwaad uithalen, dan deed ik dat beslist. Dat heb ik nu nog moet ik bekennen. Als ik in een winkel loop en ik zie een computer staan, dan heb ik altijd de neiging om stiekem op een toets te drukken en te kijken wat er dan gebeurt. Mijn jeugd speelde zich af tussen pakweg 1950 en 1960. Ik heb heel fijne ouders gehad en daardoor een gelukkige jeugd. Ik was een huiselijk type dat niet veel op straat kwam. Mijn vader was stoffeerder. Ik weet nog heel goed dat hij op het behang gedichten schreef, in het Maastrichtse dialect. Dat vond ik altijd prachtig. De voorliefde voor cultuur heeft er in onze familie altijd wel ingezeten. Qua muziek heb ik natuurlijk de hele pop- en rockgeschiedenis vanaf het begin bewust meegemaakt. Denk maar aan “Kom van dat dak af” van Peter Koelewijn en de Duitse Schlager “Tanze mit mir in den Morgen”. Dat was toch de populaire muziek van die tijd”.

Hoe is jouw gezinssituatie?

 “In 1964 ben ik getrouwd met Wil Liska. Ik was pas 19. Toen wij bijna 30 jaar getrouwd waren is hij overleden. Wil was bijna twintig jaar ouder en had reeds twee kinderen uit zijn eerste huwelijk. Samen hebben we nog drie kinderen gekregen. Voor mij is het altijd zo geweest, nu nog, alsof ik vijf kinderen heb. En, inmiddels acht kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. Mijn oudste kleinzoon is al 32, een kop groter dan mij. Ik geniet van onze grote familie. Dat merkte ik vooral in de periode dat ik zo ziek was.

Toen ik Wil leerde kennen volgde ik de verpleegstersopleiding. Drie maanden voor mijn eindexamen ben ik er echter mee gestopt. De twee kinderen van Wil, destijds 14 en 11 jaar jong, zaten toen namelijk op een kostschool in België. Dat vond ik verschrikkelijk. Ik wilde gewoon voor die kinderen kunnen zorgen en ben daarom met die opleiding gestopt. Dat was jammer natuurlijk, maar ik heb er nooit spijt van gehad. De kinderen waren belangrijker.

Wil was van geboorte een Tsjech maar is in Nederland opgegroeid. Pas op 13 juli 1975 zijn we samen voor de 1e keer naar Tsjechië gereisd. Toen nog Tsjecho-Slowakije natuurlijk. We moesten namelijk wachten totdat Wil vijftig was, want tot die leeftijd was hij dienstplichtig en zou hij dus opgepakt kunnen worden om te kunnen dienen in het Tsjechoslowaakse leger”.


tiny-liska-2009-frantisek



























Tiny met trombonist Frantisek Jerabek (bekend van o.a. kapel Vlado Kumpan)

Hoe heb jij Tsjecho-Slowakije destijds ervaren, in 1975?

“Akelig..... Het communisme dat er destijds was heb ik als héél akelig ervaren. Als je vijf vrouwen op straat zag, dan zag je vijf vrouwen die dezelfde kleding droegen. En drie jaar later was dat nog steeds zo, alleen in een andere kleur. Ze hadden niks, totaal niks. Geen koffiemelk, geen wc-papier, niks. Ze aten veertien dagen achter elkaar bloemkool. Voor visite was er wél wc-papier. Gastvrij zijn de Tsjechen altijd geweest”.

Je bent enorm van dat land gaan houden, ondanks dat je het land in 1975 als zeer akelig hebt ervaren. Hoe is die omslag gekomen?

“Begin jaren tachtig is bij mij die omslag gekomen. Ik leerde het land beter kennen, de geschiedenis. Waarom dat alles zo gegaan was zoals het gegaan is. Dat maakte bij mij wel behoorlijk wat los. Mijn liefde voor Tsjecho-Slowakije werd groot, heftig zelfs. Als ik nu in Tsjechië ben en terug naar Maasmechelen in België reis, mijn woonplaats sinds 2000, dan zeg ik altijd: “Ik ga naar huis, maar laat mijn hart hier”. En als de terugreis dan wordt ingezet, dan is het, op z’n Maastrichts gezegd ‘krieten’, oftewel huilen. Dat vind ik elke keer ontzettend moeilijk. Dan kun je mij maar beter eventjes niets vragen”.

Wat is belangrijk in het leven?

“Je gezondheid. In 2008 is er bij mij borstkanker geconstateerd. Dat was eigenlijk de eerste keer in mijn leven dat ik grote problemen kreeg met mijn gezondheid. Achteraf moet ik bekennen dat ik in het verleden onvoldoende erbij stil heb gestaan hoe belangrijk je gezondheid is. Dat heb ik mij nooit zo gerealiseerd, nooit zo mee bezig geweest. Altijd druk, druk, druk. Toen ik op 20 december 2008 geopereerd zou worden dacht ik van tevoren dat ik kort daarna weer mijn gewone leventje kon oppakken, maar dat viel dus enorm tegen. Ik was altijd bezig geweest, maar na die operatie viel dus alles stil, van de ene op de andere dag. De doktoren hebben mij verteld dat ik door het oog van de naald ben gekropen. Dat het niet veel gescheeld had of ik was er niet meer geweest.

Als je te horen krijgt dat je kanker hebt, dan pas ga je beseffen dat er een soort vonnis wordt uitgesproken. Een heel gemeen vonnis. Op een bepaald moment ging ik zelfs van het allerergste uit, namelijk dat ik zou overlijden. Ik heb toen de tekst van het bidprentje al geschreven, inclusief een eigen gedicht, muziek uitgezocht, noem maar op. Ik was bezig met mijn eigen afscheid. Het gaat nu gelukkig weer een stuk beter met mij, maar in mijn onderbewustzijn ben ik er nog steeds meer bezig. Gerekend vanaf de operatie zal ik zo’n vier tot vijf jaar onder controle moeten blijven.

Na de operatie ben ik door een diep dal gegaan. Zes weken lang ben ik zowel lichamelijk als geestelijk volledig van slag geweest. Enerzijds wilde ik er weer bovenop komen, maar anderzijds had ik enorm veel angst dat ik al datgene zou moeten achterlaten waar ik zoveel van hield. Zes weken lang heb ik bijvoorbeeld geen muziek gedraaid, de radio niet aan gehad. Ongelofelijk. Je kunt je gewoon niet voorstellen wat er allemaal door je heengaat als je zoiets meemaakt. Op een gegeven moment moest ik een week wachten op de uitslag van de oncoloog, of mijn vorm van kanker überhaupt nog te behandelen was. Dan ga je gewoon door een hel. Toen bleek dat er nog behandeling mogelijk was volgde uiteraard weer een nieuwe fase. Eerst opluchting natuurlijk en weer heel veel huilen. Je gevoelens en gedachten schieten heen en weer, van het ene uiterste naar het andere.

En dat heb ik mij vroeger dus allemaal niet gerealiseerd, dat gezondheid zo belangrijk is. Nu wel. Ik doe het nu dus rustiger aan”.

Nu je gezondheid weer onder controle is, welke keuzes heb je wellicht gemaakt? Wat doe je wel nog, en wat niet meer?

“Jarenlang heb ik vrijwilligerswerk gedaan bij de Kringloopwinkel. Ik deed er van alles. De kassa, spullen sjouwen, de wasmachine, noem maar op. Daar ben ik mee gestopt, met pijn in het hart. Ik moest nu eenmaal keuzes maken, want alles blijven doen zoals vroeger, dat zou ik lichamelijk niet meer kunnen volhouden. Wat ik wel ben blijven doen is mijn muziekprogramma bij de Ziekenomroep. Dat doe ik al 37 jaar. Dat programma heet ‘De vrolijke medicijnen’.

Het huis poetsen, dat is minder geworden. Vroeger moesten de ramen elke week gewassen worden, maar nu doe ik dat echt niet meer elke week. Dat soort verplichtingen leg ik mijzelf niet meer op. Die tijd is geweest. Ik neem nu meer tijd voor mezelf. Weet je, als ik vroeger commissies ging doen (Maastrichts dialect: boodschappen), dan vond ik ook dat ik weer op tijd thuis moest zijn om te kunnen koken enzovoorts. Allemaal van die strakke schema’s. Nu doe ik dat dus niet meer. Ik ga winkelen en hoe of wat er die avond gegeten wordt, nou, dat zie ik dan wel weer. Het ontbijt ’s morgens duurde vroeger een kwartiertje. Nu kan dat een uur zijn, of langer. En na half elf kijk ik wel weer verder. Heel relaxed. Toch gek eigenlijk dat ik mij vroeger allerlei verplichtingen oplegde waarvan ik nu denk: “Tiny, wat heb je je toch gek gemaakt”.

Natuurlijk, ik ben nu ook iets ouder, de kinderen uit huis, andere levensfase, noem maar op. Dat speelt ook wel mee. Maar ik kan weer genieten van het leven en daar ben ik ontzettend blij mee. En als ik dat dan allemaal zo overdenk, dan moet ik aan het volgende gedichtje denken: “Dear God, teach me to laugh again, but never forget why I cried….”.

En is dat een hele grote waarheid!”


tiny-liska-2009-slabak

































Tiny met de bekende kapelmeester Jan Slabák van Moravanka

Waar kun jij je ontzettend aan ergeren?

“Als iemand regelrechte onzin vertelt, dan kan ik me daar best wel aan ergeren. Ik zeg dat dan ook altijd tegen zo’n persoon. Wat dat betreft ben ik heel erg rechtuit. Ik vind gewoon dat als je iets niet weet, je dient te zwijgen. Voor het overige ben ik niet iemand die snel kwaad wordt of zo. Mijn zoon Roeland heeft eens tijdens het afwassen twaalf telleurs (Maastrichts dialect: borden) laten vallen. Hij dacht toen dat ik heel erg kwaad zou worden. Ik heb toen tegen hem gezegd: “Roeland, heb je dat met opzet gedaan? Nee? Nou, oké, dan pak maar een blik en veger en weg ermee”.

Waar ik me ook wel eens aan kan ergeren is aan mensen die opscheppen. Waarom moet dat? Er zijn immers ook mensen die niets hebben, maar dat wil niet zeggen dat je daarom minder bent”.

Tiny, als je nog eens 25 zou kunnen zijn, wat dan?

“Dan zou ik gaan studeren, bijvoorbeeld tropengeneeskunde. Weet je dat ik ooit gecorrespondeerd heb met Albert Schweitzer, in Afrika? Dat soort dingen vind ik nou leuk en daar schrik ik ook niet voor terug. Ik had hem gewoon een brief geschreven en toen heb ik antwoord gekregen. Heel eenvoudig. Je moet niet vergeten dat het allemaal hele gewone mensen zijn. Toen Obama president werd van de Verenigde Staten heb ik hem ook een mail gestuurd. Een uur later kreeg ik al een reactie. Waarschijnlijk heeft hij dat niet zelf gedaan, maar één van zijn medewerkers, maar ik vond het toch wel leuk. Met artiesten doe ik dat ook, bijvoorbeeld met de leadzanger van de Höhner uit Köln: Henning Krautmacher. Ik heb hem nu al diverse keren gesproken. Voor hem ben ik een vriendin. Dat is zo geweldig, dat geloof je niet. Als je iemand op een menselijke manier benadert, dan krijg je eigenlijk altijd wel een aardige reactie terug”.

Tiny, we hebben het in dit interview nog niet gehad over de Tsjechische blaasmuziek. Dat onderdeel kan natuurlijk niet ontbreken. Wanneer heb je voor het eerst kennis gemaakt met die muziek?

“Dat was, schrik niet, al in 1968. En wel in het Limburgse dorpje Pey-Echt. De jeugdkapel Vesela Music uit Ratiskovice verzorgde er een optreden. De toenmalige burgemeester wist niet goed hoe hij de groep moest aankondigen bij het publiek. Dat durfde hij zelfs niet, voor geen goud. Hij heeft mij toen gevraagd of ik dat wilde doen. En dat heb ik natuurlijk gedaan, waarom niet? Ik weet nog dat die kinderen best schichtig waren. Ze stonden permanent onder controle. Iemand van de staat was meegereisd om alles in de gaten te houden. Er mochten geen foto’s gemaakt worden, niets. Maar hoe dan ook, dat was mijn eerste kennismaking met de Tsjechische blaasmuziek. Vier jaar later, in 1972, toen ik startte met mijn muziekprogramma ‘De Vrolijke Medicijnen’, in het ziekenhuis van Maastricht, heb ik meteen vanaf het begin muziek van Moravanka, de kapel van Jan Slabák, gedraaid. Dat ik een enorme fan ben van deze kapel hoef ik verder niet uit te leggen. Natuurlijk houd ik ook van diverse andere Tsjechische en Slowaakse kapellen, maar Moravanka heeft uiteraard een speciaal plekje in mijn hart. De manier waarop deze kapel muziek maakt, de speelwijze, is en blijft een voorbeeld van hoe de Tsjechische blaasmuziek bedoeld is. Natuurlijk, er zijn andere kapellen die eigentijdser zijn en ook prachtige muziek maken, maar bij Moravanka hoor je alles nog puur, authentiek. De vele volksliedjes die hij gespeeld heeft wist Jan Slabák altijd zo te vertolken dat er een geweldige wisselwerking ontstond tussen de kapel en het publiek. Dat kun je niet uitleggen, dan moet je voelen. Moravanka treedt nog wel op, maar alleen nog maar in Tsjechië en Slowakije.

Trouwens, die interesse voor Tsjechische blaasmuziek is destijds niet aangewakkerd door mijn overleden man Wil. Die heeft dat nooit gepromoot of zo. Het was mijn gewoon mijn eigen interesse, mijn eigen hobby”.

Hoe denk jij dat andere mensen jou zien?

“Als een pittige tante, ha ha. Ik denk dat men mij als een strijdbaar iemand ziet, iemand die voor de muziek alles over heeft. Een stoomlocomotief die, eenmaal op gang gekomen, niet meer te stoppen is. Altijd enthousiast, ad rem. Soms tegen beter weten in, dat moet ik toegeven, maar als ik vind dat iets gedaan of gezegd moet worden, dan doe ik dat ook. Punt uit”.

Heb je nog wensen? Wat zou je nog willen doen?

“Je kunt beter vragen wat ik niet zou willen. Mijn interessegebied is erg breed. Mijn grote droom is om een keer Leningrad te bezoeken. Die enorme geschiedenis, die kunst, die enorme cultuur. Dat zijn toch de drie dingen die als een rode draad door mijn leven lopen en in Leningrad is dat zo rijkelijk voorhanden, dat is gewoon ... hoe zal ik het zeggen, onvoorstelbaar. Verder zou ik bijvoorbeeld een keer met de Oriënt Express willen reizen, of de Trans Siberië Express. Dat soort dingen. En ik zou graag meer talen willen spreken, of geschiedenis studeren. Ik heb 8 jaar aan kaligrafie gedaan, ook zoiets moois. En niet te vergeten de Russische iconologie. Kijk maar eens rond in deze woonkamer, je ziet het. Nee, inderdaad, het is geen doorsnee woonkamer, ha ha! Zelfs op de wc is er bijna geen plaats meer voor een verjaardagskalender!

Als we vroeger met de kinderen op vakantie gingen, dan zochten Wil en ik meestal één speciaal onderwerp uit waar we ons dan helemaal in onderdompelden. Bijvoorbeeld over Generaal Wallenstein, die in 1632 de slag bij Lützen (nabij Leipzig) voerde tijdens de 30-jarig oorlog. Dan zochten we het museum op waar die tijd behandeld wordt, waar die generaal gewoond heeft enzovoorts. We vertelden dat aan de kinderen en die vonden dat toch allemaal wel interessant”.

Ben je eigenwijs?

“Een beetje wel denk ik, een beetje véél eigenwijs..... Jawel, maar als iemand me kan overtuigen dat ik ongelijk heb, dan geef ik dat toe. Geen probleem”.

Wat zijn je favoriete tv-programma’s?

“Ik kijk graag naar Tatort. Derrick vond ik te lelijk! En dan heb je hier in België nog een programma dat ‘Blokken’ heet. Dan moet je allerlei vragen beantwoorden en vervolgens de antwoorden in bepaalde rijen neerleggen, blokvormig. En natuurlijk muziekprogramma’s, zoals Musikantenstadl. Maar meestal ben ik niet aan het kijken maar met iets bezig, soms wel zes dingen tegelijk. Weet je wat ik ook graag doe? Koken. En of dat nou voor 2 of voor 20 mensen is, dat maakt me niet uit. Toen mijn ouders vijftig jaar getrouwd waren heb ik drie dagen lang gekookt. Doe ik graag, heerlijk”.

Tiny, je bent nauw betrokken bij de Limburgse blaaskapel Holand’Anka. Wat doe je precies bij die kapel?

“Ik ben mede-oprichtster van Holand’anka. De kapel bestaat sinds mei 2008 en staat onder leiding van Math Vroemen. Elke twee weken wordt er gerepeteerd in café de Piep in Nieuwstadt en dan ben ik erbij. Het penningmeesterschap van de kapel heb ik voor mijn rekening genomen. We spelen uiteraard Tsjechische blaasmuziek. In september 2009 hebben we een reis naar Tsjechië gemaakt en succesvol deelgenomen aan het Vejvoda concours. Een fantastische ervaring. Door mijn ziekte heb ik zeker drie reizen naar Tsjechië gemist. Verschrikkelijk. Holand’anka heeft een leuke website, met zelfs een kleine documentaire over de kapel: www.holandanka.nl”.

Wat zal de toekomst nog brengen voor de ‘Polka Madam’?

“Ik blijf doorgaan en het liefst blijf ik mensen verbazen. Vervelen zal ik me niet. Nooit. Natuurlijk zal ik van de Tsjechische blaasmuziek blijven genieten. Ik heb eens een keer de luidsprekers zo hard gezet dat door de trillingen een geluidbox naar beneden is gevallen. Toen dacht ik “Tiny, toch maar effe ietsje minder.....”

Nou, de toekomst. Ik denk dat ik inderdaad maar eens naar Leningrad ga, als ik 65 ben, in april 2010. Dat lijkt me een mooi voornemen!”

 

Wie een vraag voor Tiny heeft, kan haar bereiken via e-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken


tiny-liska-2009-bureau 
 
 
< Vorige   Volgende >
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement

Aanmelden Nieuwsbrief




AdvertisementAdvertisementAdvertisement

Een abonnement op de gedrukte versie van Ruud's Music Magazine / De Muziekvriend  kost € 12,95 per jaar ( 4 nummers ). U kunt zich aanmelden via Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Home
internet_banner_wmc
seezo