| Op visite bij... Bé Speelman |
|
Bé Speelman uit het Drentse Vries organiseert al sinds 1996 muziekmiddagen in Vries en Zeijen. Met het grootste gemak vult hij de zaal met 300 enthousiaste muziekliefhebbers. Zijn vaste gasten bestellen de kaartjes al terwijl zij nog niet eens weten welke kapel op het programma staat. Altijd uitverkocht! Bé regelt het, zorgt voor een natje en een droogje, zorgt voor cadeautjes voor de muzikanten en ondertussen is hij ook nog presentator, of beter gezegd showmaster. Waar Bé is, daar is het gezellig. Maar er is méér. Bé bezoekt festivals in het hele land, tot in België toe, maakt al jarenlang prachtige foto’s en verzamelt deze fotografische schilderijtjes op een unieke wijze. Of Bé een druk iemand is? Ja, een beetje druk is hij wel. Dit interview was gepland op één bijna volledige dag, maar ’s avonds heb ik besloten nog een keer terug te reizen naar Vries, want een vraag stellen aan Bé is niet zo eenvoudig. Je krijgt het idee dat echtgenote Mientje niet met één man getrouwd, maar met een stuk of vier, vijf. Constant bezig, fanatiek, levenslustig. Mientje is een stuk rustiger, maar..... dat moet ook wel......Interview oktober 2009 - Ruud van Didden Bé, wanneer kwam de ooievaar in huize Speelman aangevlogen? “Het was een koude dag, op 21 januari 1942. Gelukkig had ik geen hoogtevrees, want die ooievaar vloog behoorlijk hoog moet ik zeggen. Mijn eigenlijke naam is Berend Roelof, maar het is vanaf het allereerste begin altijd Bé geweest, en nooit Berend. Ik ben dus midden in de oorlog geboren, in het dorpje Eleveld, gemeente Rolde. Rolde ligt 15 kilometers onder Vries, waar we nu wonen, en Vries ligt zo’n 8 kilometer boven Assen, centraal tussen Assen en Groningen. Het gezin bestond uit vier kinderen. Mijn broer is van 1940 en mijn twee zussen zijn zo’n tien jaar na mij geboren. Mijn vader en moeder waren boer en boerin. Er stonden zo’n vijftien boerderijen in het dorp. Gemengde bedrijven. Een stuk of tien, vijftien koeien per boerderij, wat akkerbouw en nog wat kippen en varkens. Hoe je een koe moet melken, ja, dat weet ik wel!” ![]() Hoe is jouw huidige gezinssituatie? “Mientje en ik zijn op 30 november 1962 getrouwd, dus 47 jaar geleden. Een hele tijd. Mientje is een jaar jonger dan mij. Ik heb van deze verbintenis nog geen enkele dag spijt gehad. Als tiener was ik zeer sportief, deed veel aan sport, won ooit tijdens één sportfestijn 5 medailles en kon aan elke vinger wel 2 vriendinnen krijgen, maar..... toen ik Mientje eenmaal ontmoet had wist ik dat ik niet verder hoefde te zoeken. We hebben twee dochters gekregen en een zoon. Onze zoon is op 5-jarige leeftijd, in 1974, om het leven gekomen bij een noodlottig ongeval, toen hij hier voor ons huis aan het spelen was met de kinderen uit de buurt. Mientje en ik hebben dit grote verdriet uiteindelijk kunnen verwerken, een plek kunnen geven, maar het blijft vanzelfsprekend een zeer zwarte pagina uit ons leven.Onze dochters Marja en Tineke, vernoemd naar hun grootmoeders, hebben ons 4 prachtige kleinkinderen bezorgd”. Hoe was je als kind? “Leergierig en buiten de deur best wel druk. Als boerenzoon moest ik na schooltijd altijd meteen de overall aan doen en meehelpen met melken of de varkens voeren. En als dat gebeurd was ging ik voetballen of naar de gymnastiekvereniging. Daar kregen we les van een militaire sportinstructeur. Meestal was ik haantje de voorste. Ik stond niet achteraan, ook niet bij de meisjes, ha ha! Voetballen, schaatsen, turnen, hardlopen, ik was een sportfanaat. Bij de voetbalclub stond ik bekend als ‘de snelle’. Op de rechtervleugel gepositioneerd en als ik doorbrak, dan was er geen houden meer aan. Eind jaren vijftig, begin zestig, was er nog geen betaalde sport, anders had ik wellicht een carrière in de voetballerij kunnen maken.In die periode heb ik anderhalf jaar in militaire dienst gezeten. Bijna was ik uitgezonden naar Nieuw-Guinea, maar daar werd ik gelukkig van vrijgesteld”. ![]() Hoe hebben Mientje en jij elkaar leren kennen? “Mientje woonde destijds in Gieten, kort bij Rolde. We kwamen elkaar tegen tijdens een toneelavond in Ekehaar-Eleveld. We zaten beiden in het publiek en na afloop was er dansen. Zo hebben we elkaar leren kennen. In 1961. Het was de tijd zonder televisie, zonder de pil, zonder condooms, niks, niks, niks. Het was het tijdperk van de gesloten deuren! Over het seksuele leven werd niet gesproken. Na een jaar verkering zijn we getrouwd. De eerste drie jaar van ons huwelijk hebben we bij mijn ouders gewoond. In 1966 zijn we in Vries gaan wonen, in dit huis. Alle ontwikkelingen, zowel maatschappelijk als technisch gezien hebben we meegemaakt. Onze generatie is bij wijze van spreken ‘van niets naar alles’ gegaan, onvoorstelbaar, maar je groeit vanzelf mee. Kortgeleden was hier in Vries een open dag van de begrafenisonderneming. Je ziet daar jonge mensen naar toe gaan, praten over wat er dient te gebeuren als je je laatste adem uitblaast. Open gesprekken. In de jaren vijftig bleven de kinderen thuis als er iemand overleden was. Dat hoefden de kinderen niet te weten. Ik ben overigens niet iemand die veel met de dood bezig is. Elke dag dat ik wakker word neem ik mij voor om er een mooie dag van te maken. En morgen zien we wel weer. En zo doe ik dat nu al 67 jaar en elke dag kom ik twaalf uur tekort!” Bé, hoe is jouw carrière verlopen? “De eerste tien jaar heb ik als allround medewerker bij een zuivelfabriek gewerkt. Als laborant, op kantoor, als melkventer, noem maar op. Ik pakte alles aan. Als melkventer had ik dienst van 8.00u tot 16.00u, maar ik ging door tot 20.00u en op die manier draaide ik een dubbele omzet voor mijn baas. Om een extra zakcentje te verdienen nam ik dozen chips mee en die verkocht ik samen met de melkproducten. En zo verdiende ik elke week een paar gulden extra, en dat was mooi meegenomen. In 1972 gingen de kleine melkfabrieken in deze omgeving allemaal fuseren. Dat is de Domo geworden. Precies in die periode kwam ik in contact met ‘De Modespecialist’. Meneer Brouwer van deze firma, sprak mij aan met de woorden: “Ik heb vernomen dat jij een sympathieke verkoper aan de deur bent. Ben jij geïnteresseerd om als verkoper op een rijdende textielwinkel te gaan werken? ”Nou, ik was overrompeld en heb eerst aan Mientje gevraagd wat zij ervan vond. Daarna heb ik besloten om in de textielbranche te gaan werken en dat heb ik nooit betreurd. Het eerste half jaar heb ik zonder rijbewijs op die rijdende winkel rondgereden. Dat kon toen nog zullen we maar zeggen. Van 1972 tot 2002 heb ik dat werk gedaan, 30 jaar lang, een geweldige baan. Met 60 jaar ben ik in de VUT gegaan. Ik had zo’n twintig verschillende routes door de noordelijke provinciën. De hele dag met een grote Mercedes onderweg, in mijn broekzak een reusachtige portemonnee, 750 vrouwen om eenmaal per vijf weken te bezoeken en als ik ’s avonds thuiskwam, dan wachtte daar de mooiste vrouw van de wereld op mij! Zo heb ik het al die jaren ervaren. Honderdduizenden kilometers gereden, duizenden kopjes koffie en duizenden gevulde koeken genuttigd bij de weg, schitterend!Toen ik ermee stopte vonden mijn klanten dat niet leuk. Ik was in al die jaren min of meer een huisvriend geworden. Qua leeftijd waren die mensen met mij meegegroeid. Nog altijd heb ik contact met een aantal van deze mensen, zo’n 70 tot 100 senioren in de leeftijd van 80 tot 103 jaar !!! Toen ik pas gestopt was met werken belden ze me op en zeiden: “Bé, hoe moeten wij nu aan kleding komen?” Het mooie was dat ik voor die mensen niet alleen een verkoper was. Met al hun beslommeringen kwamen ze naar mij toe. Formulieren van de woningvereniging, de belasting, noem maar op. Of ik eventjes kon meehelpen met invullen, want ze begrepen het niet helemaal. Zo heb ik aan honderden keukentafels heel wat verhalen gehoord. Over erfenissen, familieruzies, sterfgevallen, ziektes noem maar op. Dat de kinderen niet meer thuis kwamen enzovoorts. Voor een deel was het maatschappelijk werk, maar ik heb het graag gedaan, want omgaan met mensen, dat is het liefste wat ik doe. Ook nu nog. Voor de plaatselijke harmonie, waar ik al sinds mijn 35e de bastuba speel, haal ik in deze buurt de contributie op. Daar doe ik een hele maand over! Ik weet precies hoe laat ik overal moet zijn. Om zolaat bij Jan, dan staat een borreltje klaar en drie uur later bij Piet, want daar staat de Berenburger koud. Mooi, mooi, mooi man! Trouwens, toen ik bij de harmonie begon, kon ik nog geen noot lezen. Ze zochten een bassist en daarom ben ik toen op de bas gaan spelen. Een jaar later liep ik al mee over straat! Terug naar mijn beroep. Als ik met de wolwinkel, want zo noemde ik die vrachtauto, stopte bij mijn klanten, dan liet ik altijd muziek horen. In het begin cassettebandes en later CD’s. Bijvoorbeeld met blaaskapellenmuziek. En dan vroegen de mensen mij: “Zeg Bé, wat is dat voor een mooie muziek?” En dan verkocht ik een cassettebandje, of een CD, wel dozen vol van diverse blaaskapellen. En dan kwam het ook wel voor dat die mensen mij vertelden dat ze geen CD-speler hadden. Geen probleem. Ik naar de winkel, een paar van die CD-spelers in de auto en ook die werden verkocht. Zelfs DVD-spelers op het laatst. Jarenlang was ik zes dagen in de week onderweg, als verkoper en sociaal werker. Nu ben ik actief als chauffeur op de ouderenbus, een paar keer per maand, als vrijwilliger. Dan breng ik die mensen overal naartoe, waar ze maar willen. Als het regent loop ik met de paraplu even mee totdat ze binnen zijn. Of ik help hun met het pinnen bij de bank. Dat soort dingen. Laatst kwam zo’n vrouwtje van tegen de tachtig terug uit de supermarkt met twee bossen rozen. Ze zei tegen mij: “Eén bosje is voor uw vrouw, omdat u altijd zo aardig en behulpzaam voor mij bent”. Tja, dan is mijn dag helemaal goed. Een grotere voldoening kun je niet krijgen. Prachtig! Dat is met goud niet te betalen. Hebzucht is mij sowieso vreemd. Ik kan het goed hebben als iemand anders een grote villa heeft. Het enige wat mij jaloers kan maken is als een muzikant hele mooie muziek kan maken, zoals bijvoorbeeld die muzikanten van Vlado Kumpan en vele anderen en dat ik dat niet kan. Maar die muziek is voor mij up to date genieten. Op hoog niveau muziek maken en tegelijkertijd grapjes maken. Je ziet dat ze zelf ook genieten”. ![]() Wat is voor jou belangrijk in het leven? “Belangrijk is de wijze waarop Mientje en ik samen leven, met ons leven omgaan. We zitten altijd op één lijn!”Mientje: “Bijna altijd”.Bé: “Mijn hobbies zijn eveneens zeer belangrijk. In de loop van mijn leven is het aantal hobbies behoorlijk gegroeid. Vroeger was het vooral de voetballerij en de motorsport, zoals de TT van Assen. Die snelle machines, geweldig. Ik verzamelde posters van coureurs, maakte fotocollages van onze voetbalclub noem maar op. Fotografie is sowieso een hobby die ik toepas op al mijn hobbies. Zoals je ziet heb ik tientallen, misschien wel meer dan 100 albums met foto’s. Van onze vakanties, van de motorsport, van blaaskapellen uit zowel Nederland als Tsjechië, Slowakije, de natuur, prachtig allemaal. Tot voor kort heb ik die foto’s allemaal nog gemaakt met een traditionele camera, dus gedrukt op fotopapier. Hoge kwaliteit. Nu heb ik een digitale camera. Nog meer mogelijkheden. Schitterend. Voor al die fotoboeken maak ik speciale cassettes, zeg maar omhulsels, van karton, omplakt met fotopapier. Als je die cassettes dan naast elkaar zet, dan zie je weer een nieuwe foto. Vind ik leuk om te doen. En als de foto’s ingeplakt zijn maak ik met pen en lineaal mooie kaders, speciale vormpjes om het nog wat fraaier te maken. Soms sta ik ’s nachts op, ga ik aan de kamertafel zitten en ga ik aan de slag met mijn fotoboeken. Als ik bijvoorbeeld al die muzikanten op die foto’s zie, dan is het net alsof ik het optreden opnieuw meemaak. CD-tje op de achtergrond, alsof ik er middenin zit! Wat wil een mens nog méér? En als Mientje niet thuis is zet ik de installatie iets harder, ha ha!Toen ik nog bij de wolwinkel werkte heb ik jarenlang spelavonden georganiseerd, als een soort quizmaster. Ik was een soort Willem Ruis. Men vroeg mij een keertje of ik tijdens de personeelsavond misschien iets leuks kon verzinnen. Toen ben ik op het idee gekomen een spellenavond in elkaar te zetten, waarbij mensen van alles moeten zien te raden. Toen ik dat eenmaal gedaan had kwam er een aanvraag van een ander bedrijf en zo ging dat maar door. En zo reisde ik door Drenthe, Groningen en Friesland. Met bijvoorbeeld grote plakkaten van bekende Nederlanders, dan moesten de gasten raden wie dat waren. Ook had ik een doos met 25 potjes met verschillende inhoud en ook dat moest geraden worden. Of kaartjes met namen van mensen, en als je de letters dan in een andere volgorde zette, dan wist je zijn beroep. Bijvoorbeeld A. TOP Heker. Dat was een apotheker! Die avonden gingen steeds langer duren. Op een bepaald moment was ik pas tegen twee uur ’s nachts weer thuis. Dat werd een beetje te gek. Tja, ik blijf het zeggen, mijn dagen zijn allemaal 12 uur tekort!” ![]() ![]() Waar kun jij je aan ergeren? “Aan de vernielzucht van de jeugd. Zelfs hier, in een relatief kleine plaats als Vries, is het regelmatig raak. Bushokjes, brievenbussen, hekwerken, noem maar op. Allemaal kapot. Het gebeurt op momenten dat de jeugd op stap gaat of huiswaarts keert. Dit is een teken dat er iets mis is met de mentaliteit. Daarnaast kan ik mij enorm ergeren aan hondenpoep. Laatst zag ik zo’n enorm cadeau liggen voor de ingangsdeur van een verzorgingshuis. En hier in de buurt ook gewoon in het grasplantsoen. Als ik het zie spreek ik de mensen er beleefd op aan, maar het is niet uit te bannen. Zeer vervelend. De bonussen aan de top in het bedrijfsleven vind ik ook absurd. Dat werpt een vlek op de moraal van de mensen onder elkaar. In Nederland hebben de meeste mensen het goed en hoeven we absoluut niet te klagen, maar het verschil tussen de armsten en de rijksten mag best wat kleiner worden. Iemand die al meer dan 2 ton verdient heeft geen bonus nodig.Maar, over ergeren gesproken: ik erger mij niet lang hoor. Daarvoor ben ik te positief, te levenslustig. Ik blijf daar niet uren over bezig, absoluut niet”. Vernieuwing in de blaaskapellenmuziek. Waaraan denk jij bij deze term? “Persoonlijk vind ik dat een lastig thema, waarop ik niet direct een antwoord heb. Ik kan niet meteen zeggen van doe dit of dat. Wel vind ik dat de blaaskapellenmuziek meer aandacht zou moeten krijgen in de media. Sinds 1996 organiseer ik muziekconcerten en dat is steeds volle bak, dankzij een goede PR. Voor mij is dat een teken dat, als er méér aandacht op de radio en tv zou zijn voor deze vorm van muziek, het aantal liefhebbers nog fors zou kunnen groeien. Daarvan ben ik overtuigd. Een puntje van kritiek heb ik voor de organisaties die mooie evenementen organiseren, maar daar géén entree voor vragen. Dat zal ik uitleggen. Hier in het Noorden is meestal zo dat het publiek bijvoorbeeld tien euro of meer betaalt om te luisteren naar een concert van een Nederlandse blaaskapel. Onder de grote rivieren zijn bepaalde evenementen gratis. Dat is mogelijk omdat men werkt met sponsoren. In het Noorden is dat veel minder het geval. Het nadeel van die gratis entree is dat het publiek niet meer, of veel minder, beseft wat er allemaal bij komt kijken om iets te organiseren, of wat het betekent om een kapel in stand te houden. Door entree te vragen worden mensen zich daar véél meer bewust van, en is er, denk ik, ook meer respect voor de kapellen en de organisaties. Kijk, ik ben niet tegen sponsoring, maar stel nou dat er géén sponsoring zou zijn? Dan zouden tal van evenementen niet meer georganiseerd kunnen worden. Denk aan festivals op zondagen met uitsluitend Nederlandse en/of Belgische kapellen. Dat is een teken aan de wand, want dat betekent dat er niet meer ‘op eigen kracht’ iets kan blijven bestaan. En dat is een zorgelijke ontwikkeling. Als iets alleen nog maar kan plaatsvinden dankzij sponsoring, dan word je behoorlijk afhankelijk. Tenminste, dat is mijn persoonlijke mening. Bij de evenementen die ik organiseer wordt alles betaald vanuit het evenement zelf, met het entreegeld. En de kapellen krijgen een onkostenvergoeding. Dat laatste is bij menig ander festijn ook niet zo. Daar dienen de kapellen ‘voor niets’ te komen. Ook dat is niet fijn voor de kapellen. Dit belemmert bovendien een stukje doorstroming binnen Nederland, want als de kapellen niets betaald krijgen voor een optreden, kunnen ze bijvoorbeeld ook niet meer de busreis betalen om zich te verplaatsen over grotere afstanden. Het Noorden ziet weinig Nederlandse kapellen uit het Zuiden en omgekeerd. Dat is jammer, want hoe meer contacten, hoe meer samenwerking, hoe beter. Ook voor de promotie van de blaaskapellenmuziek in het algemeen. Eigenlijk doet de blaaskapellenwereld zich daardoor zelf te kort! Als ik iets organiseer is het eigenlijk zo dat de eerste rij tafels de onkostenvergoeding van de kapel betaalt, de tweede rij de onkosten voor drukwerk, geluid enzovoorts, de derde rij de busreis voor de kapel, de vierde rij de drankjes, broodjes en presentjes voor de kapelleden. Zonder sponsoring. Zelf je broek omhoog houden! Zo vertelden het mijn vader en moeder mij. Er blijft niets over, maar er is ook niets tekort. In deze tijd van economische recessie wellicht een gedachte die méér waarde zal gaan krijgen”. Als je nog eens 25 zou kunnen zijn, wat zou je dan doen? “Dan zou ik opnieuw met een rijdende textielwinkel op pad willen gaan, maar dan met een wagen van mezelf, dus mijn eigen bedrijf. Aan de andere kant: een eigen bedrijf brengt investeringen en administratieve beslommeringen met zich mee. Maar toch, als ik terugkijk, denk ik dat het zeker een succes zou zijn geworden. Eigen baas, jawel, daarvoor zou ik kiezen. Voor het overige ben ik tevreden, meer dan tevreden. Kortom: geen wijzigingen! O ja, nog één ding, natuurlijk. Men vraagt mij geregeld waarom ik geen lid ben van een blaaskapel. Dat komt omdat ik al meer dan 30 jaar lid ben van de Vriezer Harmonie. Twee verenigingen zou, met al mijn andere hobby’s, teveel zijn. Zou ik nog eens opnieuw kunnen beginnen, dan zou ik echter kiezen voor een blaaskapel, want daar ligt toch mijn hart”. ![]() Een vraag voor Mientje. Hoe krijgt Bé het voor elkaar om al die dingen te doen die hij wil doen? “Dat komt door zijn levensinstelling. Op alle dingen heeft hij een positieve kijk, want het negatieve, dat komt vanzelf, zonder dat je erom vraagt. Daarmee weet hij anderen ook enthousiast te maken. Soms wil Bé wel eens teveel hooi op zijn vork nemen. Dat heb ik snel genoeg in de gaten en dan zeg ik tegen Bé dat ie een beetje moet oppassen. Voor het bezoeken van muziekfestivals reizen we bijvoorbeeld door het hele land. Het liefst zou hij, bij wijze van spreken, elk festival bezoeken. Als ik vind dat het echt teveel van het goede wordt, dan steek ik er een stokje voor. Af en toe is dat nodig…”. Bé: “Tja, dan draai ik maar een CD-tje hè. Ook mooi”.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|

Bé Speelman uit het Drentse Vries organiseert al sinds 1996 muziekmiddagen in Vries en Zeijen. Met het grootste gemak vult hij de zaal met 300 enthousiaste muziekliefhebbers. Zijn vaste gasten bestellen de kaartjes al terwijl zij nog niet eens weten welke kapel op het programma staat. Altijd uitverkocht! Bé regelt het, zorgt voor een natje en een droogje, zorgt voor cadeautjes voor de muzikanten en ondertussen is hij ook nog presentator, of beter gezegd showmaster. Waar Bé is, daar is het gezellig. Maar er is méér. Bé bezoekt festivals in het hele land, tot in België toe, maakt al jarenlang prachtige foto’s en verzamelt deze fotografische schilderijtjes op een unieke wijze. 

















